Main Navigation



Belasting

  1. Omzetbelasting
  2. Gemeentelijke Belastingen
  3. VerpakkingenBelasting en Statiegeld
  4. Accijns


Omzetbelasting

Er zijn drie tarieven, namelijk:

Het algemene tarief van 19%
Het verlaagde tarief van 6%
Het nultarief, welke onder meer betrekking heeft op het goederen- en dienstenverkeer naar het buitenland
Welke artikelen vallen o.a. onder het verlaagde BTW-tarief van 6%?

A. Voedingsmiddelen, te weten:

alle etens- en drinkwaren voor menselijke consumptie. Alcoholhoudende dranken vallen hier niet onder
ingrediënten die gebruikt worden om etens- en drinkwaren te bereiden zoals smaak- en kleurstoffen, zout, peper en kruiden
producten die bestemd zijn voor aanvulling en vervanging van bovengenoemde etens- en drinkwaren zoals voedingspreparaten, vezeltabletten, mineralen, etc.
B. Geneesmiddelen, die geneesmiddel zijn volgens de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening en hulpmiddelen.

C. Boeken, dagbladen, weekbladen, tijdschriften en andere tenminste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven.

Opgemerkt zij, dat voor tabaksartikelen krachtens een speciale regeling geen omzetbelasting door de detaillist afgedragen hoeft te worden. De totale BTW-heffing vindt plaats bij de fabrikant.
Emballage is vrijgesteld van BTW-heffing.
Vrijstelling geldt ook voor postverkeer. De diensten en de daarmee gepaard gaande leveringen in het postverkeer door de concessiehouder als bedoeld in de Postwet, de TPG Post, zijn vrijgesteld van BTW. Het gaat hierbij om de zogenaamde opgedragen dienstverlening. Dit is kortweg gezegd het postvervoer dat de TPG Post verplicht is uit te voeren. Verder betreft het het aan de TPG Post, met uitsluiting van anderen, toegekende recht van postvervoer. Dit is het vervoer van brieven die aan een bepaald maximumgewicht en maximumtarief zijn gebonden.

Aftrek van voorbelasting
Alle door leveranciers in rekening gebrachte omzetbelasting mag worden afgetrokken van de over de eigen omzet verschuldigde belasting. De aftrek gebeurt op het aangiftebiljet. Als u goederen inkoopt, kosten maakt voor uw onderneming of investeert, brengen andere ondernemers u meestal BTW in rekening. Deze BTW kunt u op uw Aangifte omzetbelasting verrekenen met de BTW die u op uw beurt weer aan uw afnemers in rekening brengt. Dat heet aftrek van voorbelasting.

Wanneer u de BTW als voorbelasting kunt aftrekken hangt er, onder andere, van af of u een inkoopadministratie bijhoudt of alleen een kas-, bank- of giroboek.

In feite betaalt u dus alleen omzetbelasting over de waarde die u toevoegt, aangezien de door leveranciers in rekening gebrachte omzetbelasting afgetrokken mag worden.

Aangifte
Vanaf 1 januari 2005 moet u electronisch aangifte doen.

Viermaal per jaar, tenzij de inspecteur u een andere frequentie heeft opgelegd, dient een omzetbelastingaangifte gedaan te worden op een formulier dat u van de belastingdienst krijgt. De aangifte moet uiterlijk op 30 april, 31 juli, 31 oktober en 31 januari ter inspectie worden ontvangen, dus op z'n laatst een maand na het verstrijken van een kwartaal. Tegelijk moet dan het bedrag, dat men volgens de eigen berekening verschuldigd is, door de fiscus zijn ontvangen. U dient hierbij terdege rekening te houden, met de tijd die de TPG en de banken nodig hebben om uw aangifte en bijbehorende betaling te verwerken.

Startende ondernemers
Nadat u zich heeft aangemeld bij de Belastingdienst als startend ondernemer, ontvangt u meestal een Aangifte omzetbelasting voor de periode waarin u met uw onderneming bent gestart. Over die periode kunt u niet meer tijdig aangifte doen. Deze aangifte hoeft u nog niet elektronisch te doen; u krijgt een aangiftebiljet van het belastingkantoor waar u onder valt. U moet het formulier altijd invullen, ondertekenen en terugsturen, ook als u nog geen omzet heeft gemaakt en ook als u geen BTW hoeft te betalen. Als u BTW bent verschuldigd, krijgt u enige tijd later een naheffingsaanslag, eventueel met een acceptgiro. Ontvangt u geen acceptgiro, dan moet u zelf een betalingsopdracht uitschrijven. Als u BTW terugkrijgt, ontvangt u na enige tijd een teruggaafbeschikking.

Factureringsverplichting
Op grond van de Wet op de omzetbelasting 1968 zijn ondernemers verplicht een factuur uit te reiken voor verrichte leveringen of diensten aan andere ondernemers of andere rechtspersonen. De factureringsverplichting geldt niet wanneer aan particulieren wordt gepresteerd.

Voorts keurt het Ministerie van Financiën goed dat ondernemers die uitsluitend van BTW vrijgestelde prestaties verrichten, zijn ontheven van de factureringsverplichting. Tenslotte zijn ondernemers die gebruik maken van de zogenoemde kleine ondernemersregeling en de landbouwregeling eveneens ontheven.

Bij het opstellen van een factuur zijn een aantal zaken vereist. Vanaf 1 januari 2004 gelden binnen de hele Europese Unie dezelfde regels voor de vermelding van gegevens op papieren en elektronische facturen. Deze eisen zijn vastgelegd in een Europese Richtlijn.

Basisgegevens
Op uw facturen vermeldt u in ieder geval:
  • een opeenvolgend nummer; de datum van uitreiking van de factuur;
  • de datum waarop de levering of de dienst wordt verricht of is voltooid of de datum (voorzover vastgesteld kan worden) van vooruitbetaling en deze datum verschilt met de uitreikingsdatum van de factuur;
  • naam en adres van de ondernemer die de levering of de dienst verricht;
  • het BTW-identificatienummer van de ondernemer die de levering of de dienst heeft verricht;
  • naam en adres van de afnemer aan wie de levering wordt verricht of de dienst wordt verleend;
  • het BTW-identificatienummer van de afnemer aan wie de levering of de dienst is verricht ingeval van een verlegging van de heffing of aan wie intracommunautair wordt geleverd met toepassing van het 0% tarief;
  • een duidelijke omschrijving van de geleverde goederen of de verleende dienst;
  • de hoeveelheid (of omvang) en aard van de geleverde goederen of de verleende dienst;
  • ingeval van een vrijstelling, een intracommunautaire levering waarop het 0% tarief van toepassing is, bij een verlegging van de heffing, bij de toepassing van de margeregeling een vermelding van de toepasselijkheid van deze regeling;
  • de gegevens die nodig zijn om te bepalen of een vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is (bijvoorbeeld een kentekenbewijs);
  • de vergoeding met betrekking tot elk tarief of elke vrijstelling, de eenheidsprijs, de eventuele vooruitbetalingen en andere kortingen die nog niet in de eenheidsprijs zijn begrepen;
    het BTW-bedrag uitgedrukt in euro’s;
  • het toegepaste tarief;
  • als de belasting wordt voldaan door een fiscaal vertegenwoordiger; zijn naam en adres en BTW-identificatienummer. 

Gemeentelijke Belastingen

De onroerend zaakbelasting
Gemeenten kunnen op grond van de Gemeentewet eigen belastingen heffen. De onroerend zaakbelasting (OZB) wordt geheven door de gemeente waarbinnen de onroerende zaak is gelegen bij de eigenaren en erfpachters van de onroerende zaak (woningen, winkels, onbebouwde grond, enz.), de eigenarenheffing. Met ingang van 1 januari 2006 is de gemeentewet gewijzigd. De OZB voor gebruikers van woningen is afgeschaft. De eigenarenbelasting wordt geheven van diegenen die bij het begin van het kalenderjaar van onroerende zaken het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De OZB staat los van de mogelijke erfpachtcanon.

Het tarief voor de OZB wordt door de gemeenteraad vastgesteld en zal van gemeente tot gemeente kunnen verschillen. De peildatum voor de vaststelling van de individuele belasting is normaliter 1 januari. Indien u het niet eens bent met de vastgestelde waarde kunt u bezwaar maken tegen de WOZ beschikking, niet tegen de OZB aanslag. Tegen de aanslag kunt u bij het College van Burgemeester en Wethouders bezwaar aantekenen.

Per 1 januari 2008 is de limitering OZB afgeschaft. Er worden door het rijk geen maximale tarieven meer opgelegd. Wel dient het totaal aan extra OZB-opbrengsten onder de 3,75% te blijven.

De OZB wordt door de meeste gemeenten geheven naar de waarde in het economisch verkeer van een onroerende zaak. Uitdrukkelijk mag de heffing niet afhankelijk zijn van het inkomen, de winst of het vermogen. Voorheen stelden de gemeentebesturen eens in de vier jaar de waarde (WOZ-waarde) vast, met als waardepeildatum steeds 1 januari twee jaar daarvoor.

Vanaf 2007 wordt jaarlijks een nieuwe WOZ-waarde worden vastgesteld. Dit bevordert breder gebruik van WOZ-gegevens en daarmee een groter maatschappelijk nut van de waardering en daarvoor gemaakte kosten. Bij het vaststellen van de waarde wordt uitgegaan van de waarde die het object zou hebben in vrij opleverbare staat. De waarde wordt bij beschikking vastgesteld.
De WOZ-waarde wordt volgens de wet niet alleen gebruikt voor de OZB maar ook voor de waterschapsomslag, het eigenwoningforfait en de vermogensrendementsheffing voor de inkomstenbelasting.

Hierboven zijn de hoofdzaken over de onroerend zaakbelasting kort weergegeven. Het is niet mogelijk alle details te behandelen, maar u kunt als lid van het Vakcentrum daarvoor altijd terecht bij het Vakcentrum.

Leges
Leges zijn als belastingen te beschouwen. Bij leges betreft het vaak rechten op grond van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Bekende voorbeelden zijn de paspoortleges en de leges ter verkrijging van een kenteken voor een auto. Ook aan de verlening van een bouwvergunning zijn kosten, in de vorm van leges, verbonden.

De belastingplicht ontstaat dan op het moment dat de gemeente begint met de nodige werkzaamheden, zodat ook leges kunnen worden berekend als de vergunning wordt geweigerd. Gemeenten zijn betrekkelijk vrij in het kiezen van heffingsmaatstaf en tariefstelling. In sommige gevallen is de tariefstelling echter wettelijk beperkt, zoals in de Paspoortwet en de Wet rechten burgerlijke stand.

Baatbelasting
De baatbelasting is te beschouwen als een bijdrage in de kosten van gemeentelijke voorzieningen in bijvoorbeeld de grond, zoals rioolleidingen, waardoor de op die grond gebouwde panden zijn gebaat. Deze belasting wordt geheven van degene, die krachtens een zakelijk recht het genot heeft van een onroerende zaak. De baatbelasting wordt één keer geheven maar omdat het vaak om grote bedragen gaat kan de betaling over maximaal 30 jaar worden verspreid, indien de belastingplichtige daarom verzoekt. De keuze van maatstaf en de vaststelling van de tarieven is overgelaten aan de gemeenten. Voordat de gemeente de voorzieningen treft, moet zij een bekostigingsbesluit nemen waarin zij de invoering van de baatbelasting vooraf aankondigt. Dit dient ter vergroting van de rechtszekerheid van de burgers.

Retributies en precariorechten
Retributies zijn heffingen voor diensten die de gemeente verleent. Het kan hierbij gaan om retributies als rioolrecht en reinigingsrecht. Er is een rechtstreeks verband tussen de dienst en de heffing.De gemeente mag geen winst maken. De opbrengst van de heffing mag niet hoger zijn dan de kosten die worden gemaakt voor de desbetreffende voorziening. Dat geldt voor alle rechten.

Onder de naam precariobelasting kan het gemeentebestuur een belasting heffen op het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond of gemeentewater, zoals bijvoorbeeld zonneschermen of een caféterras. Belastingplichtige is degene die de voorwerpen heeft. Er zijn verschillende heffingsmaatstaven mogelijk. Meestal wordt gekozen voor een heffing naar oppervlakte, lengte of breedte van de voorwerpen. Het is ook mogelijk om een vast bedrag per voorwerp te heffen. De wijze van heffing, de hoogte van de aanslag, de vrijstellingsgronden, etc. staan vermeld in een gemeentelijke verordening. Deze verordening kunt u op het gemeentehuis inzien, ook voor meer inlichtingen over de plaatselijke regeling kunt u daar terecht.

Parkeerbelasting
Gemeenten zijn bevoegd een parkeerbelasting te heffen. Hoewel dit in eerste instantie een aan de particulier op te leggen belasting betreft, heeft menig ondernemer hier mee te maken. De belasting wordt geheven van iemand die een voertuig parkeert, of van degene aan wie een vergunning tot het parkeren is verleend. Denk hierbij ook aan het zogeheten afkopen bij de gemeente van betaald parkeren op parkeerplaatsen bij uw onderneming.
De aangifte gebeurt fictief via het vullen van de parkeermeter of automaat.
Indien de belasting niet tijdig wordt voldaan, kan de gemeente een naheffingsaanslag opleggen. Deze wordt in de volksmond de parkeerbon genoemd. Naast de niet betaalde parkeerbelasting worden de kosten van de naheffingsaanslag opgelegd. Deze verschilt per gemeente. Dit bedrag is fiscaal aftrekbaar mits het aan de onderneming kan worden toegerekend.

Reclamebelasting
Belastbaar zijn openbare aankondigingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Voorbeelden van openbare aankondigingen zijn borden, uithangborden, stickers en lichtreclame. De term reclamebelasting kan verwarring wekken. Het is niet zo dat alleen reclameboodschappen belast kunnen worden; ook andere zakelijke mededelingen mits zichtbaar vanaf de openbare weg, kunnen in de heffing worden betrokken.

Wie belastingplichtig is wordt in de gemeentelijke verordening geregeld. Dat is degene die het meest direct belang heeft bij de openbare aankondiging. Per aankondiging kan maar één aanslag worden opgelegd. Meestal wordt reclamebelasting geheven naar de oppervlakte of de lengte van een aankondiging. De gemeente kan ook kiezen voor bijvoorbeeld een vast bedrag per aankondiging of per tijdseenheid. Gemeenten zijn vrij in de keuze voor een vrijstellingsregeling.

Algemene Plaatselijke Verordening
In 2007 is door de VNG een model APV (Algemene Plaatselijke Verordening) opgesteld. Hierdoor zijn veschillende vergunningen afgeschaft. Het is op dit moment nog niet duidelijk in hoeverre de gemeenten het model omarmen.

VerpakkingenBelasting en Statiegeld

 
Per 1 januari 2008 worden producenten en importeurs geconfronteerd met de Verpakkingenbelasting.
Doel van deze belasting is dat de aanslag die verpakkingen hebben op het  milieu tot uitdrukking komt in de consumentenprijzen.De verpakkingenbelasting geldt voor alle bedrijven die meer dan 15.000 kg aan verpakkingen voor het eerst op de Nederlandse markt brengen. In de praktijk berekenen importeurs en producenten de kosten meestal door aan de bedrijven aan wie zij hun producten leveren. De hoogte van de belasting hangt af van het soort verpakking dat wordt gebruikt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen primaire, secundaire en tertiaire verpakkingen.
  • Primaire of verkoopsverpakking is  bedoeld om als een geheel, samen met het product aan de consument te worden verkocht. Bijvoorbeeld een wijnfles.
  • De secundaire verpakking is zo ontworpen dat deze op het verkooppunt een verzameling van een aantal verkoopeenheden vormt. Bijvoorbeeld een doos rondom 12 pakken koffie of een industriële krat.
  • De tertiaire verpakking is ontworpen om het verladen en het vervoeren van (een verzameling) van verkoopeenheden makkelijker te maken en om schade door verlading of transport te voorkomen. Bijvoorbeeld pallets.
Per materiaalsoort en verpakkingssoort geldt een afzonderlijk tarief. De hoogte van het tarief is gekoppeld aan de druk die het materiaal op het milieu heeft. Het tarief voor primaire verpakkingen is op basis van milieudruk hoger dan voor niet-primaire verpakkingen.

In de volgende tabel staan de tarieven in euro’s voor 2009 per kilo verpakkingsmateriaal:

 

Materiaalsoort  
Glas € 0,0662
Aluminium (legeringen van aluminium) € 0,8766
Overige metalen € 0,1461
Kunststof € 0,4339
Biokunststof € 0,0733
Papier en karton € 0,0733
Hout € 0,0194
Andere materiaalsoorten € 0,1619


Wanneer bent u belastingplichtig?
U moet verpakkingenbelasting berekenen op het moment dat u als producent of importeur het verpakte product voor het eerst in Nederland op de markt brengt of als importeur de verpakking verwijdert en afvoert.

Voorbeelden
  • U verpakt een computer en levert deze aan de groothandel.
  • U levert een pot pindakaas aan de groothandel.
Dit geldt ook als de verpakking eigendom van de leverancier blijft.

Voorbeelden
  • U levert als leverancier drank in een nieuwe statiegeldfles. De fles blijft uw eigendom.
  • U verhuurt een televisie die in een doos verpakt is.
Verkooppuntverpakkingen
Verkooppuntverpakkingen worden belast op het moment dat zij voor het eerst in Nederland (leeg) op de markt worden gebracht. Bijvoorbeeld draagtassen in de supermarkt, koffiebekers voor de koffieautomaat of fritesbakjes in de snackbar. Zij worden belast bij de producent of importeur van de verkooppuntverpakkingen.

Verpakkingen bij import
Als de verpakking bij import in Nederland direct na binnenkomst van de producten wordt verwijderd en afgevoerd, dan bent u op dat moment de belasting verschuldigd. Bijvoorbeeld voor een pallet die alleen wordt gebruikt voor het vervoer per schip of vliegtuig.

Hergebruik verpakkingen
Verpakkingen die meerdere keren te gebruiken zijn, worden slechts éénmaal belast. Dat is op het moment dat de gevulde verpakkingen voor de 1e keer in Nederland op de markt wordt gebracht. Bijvoorbeeld statiegeldverpakkingen die opnieuw worden gebruikt, of andere retourverpakkingen.

Vrijstelling 15.000 kilo
Brengt u jaarlijks meer dan 15.000 kilo verpakkingen op de markt? Dan betaalt u over de eerste 15.000 kilo geen verpakkingenbelasting. U betaalt belasting vanaf 15.000 kilo. Als u per jaar 15.000 kilo of minder op de markt brengt, dan hoeft u zich niet bij ons aan te melden.

Wie is belastingplichtig?
U moet verpakkingenbelasting betalen als u aan 1 van de volgende voorwaarden voldoet:
  • U bent een ondernemer (producent of importeur) die verpakte producten voor de 1e keer in Nederland op de markt brengt.
  • U brengt (lege) verkooppuntverpakkingen voor de 1e keer in Nederland op de markt.
  • U bent importeur die de verpakkingen direct na binnenkomst in Nederland van de producten verwijdert en afvoert.
Let op!
Als u per jaar 15.000 kilo of minder verpakkingen op de markt brengt, dan hoeft u zich niet bij ons aan te melden en geen verpakkingenbelasting te betalen.

Ondernemer
Als u ondernemer bent voor de omzetbelasting én u bent in Nederland gevestigd of u hebt een vaste inrichting in Nederland, dan bent u ook ondernemer voor de verpakkingenbelasting. Ook als u voor de omzetbelasting een vrijgestelde ondernemer bent, kunt u ondernemer en mogelijk belastingplichtig voor de verpakkingenbelasting zijn. Dit is afhankelijk van uw activiteiten.
 
Concern
U bent onderdeel van een concern als u deel uitmaakt van een fiscale eenheid omzetbelasting of van een op continuïteit gerichte samenwerkingsvorm, zoals een franchiseorganisatie. Ondernemers die onderdeel zijn van een concern, worden als 1 belastingplichtige aangemerkt. Het concern doet dan 1 aangifte. Bij het bepalen van de totale hoeveelheid verpakkingen wordt gekeken naar de activiteiten van het hele concern. De interne leveringen binnen een concern zijn voor de verpakkingenbelasting niet van belang. Ook hebt u maar 1 keer recht op een vrijstelling van 15.000 kilo.

Zwerfafval
Zwerfafval is een breed maatschappelijk probleem. In het “inpulsprogramma zwerfafval” hebben bedrijfsleven, gemeenten en VROM afgesproken om Nederland de komende drie jaar schoner te maken. De nadruk ligt daarbij op preventie: het voorkomen dat zwerfafval ontstaat. In het inpulsrogramma zwerfafval is ondermeer afgesproken dat het bedrijfsleven vanaf 2007 gedurende drie jaar, jaarlijks
11 miljoen ter beschikking zal stellen met als doel activiteiten rondom zwerfafval te intensiveren en uit te breiden, en verder de kennis rondom zwerfafval en aanverwante thema’s te bundelen en te ontsluiten. De nieuwe aanpak wordt betaald uit het afvalfonds. Dit afvalfonds wordt gefinancierd uit de verpakkingenbelasting. Er komt geen statiegeld op blikjes, kleine plastic flesjes en andere kleine verpakkingen van dranken maar wel een boete voor mensen die hun troep op straat gooien.  

Statiegeld
Onderstaand een overzicht van de statiegelden voor frisdranken en waters die sinds 1 januari 2007 gelden.


Frisdranken en waters
Verpakkingen Statiegeld
Glazen retourflessen van 0,5 liter € 0,15
Glazen retourflessen boven 0,5 liter € 0,25
Eenmalige glazen flessen (groot en klein) Geen statiegeld
Eenmalige PET-flessen tot en met 0,5 liter Geen statiegeld
Eenmalige PET-flessen boven 0,5 liter * € 0,25
Hervulbare PET-flessen boven 0,5 liter ** € 0,25
Flessen + hele krat samen € 5,-
Flessen + halve krat samen € 3,50
Blikjes Geen statiegeld
Kartonnen pakken (groot en klein) Geen statiegeld


* tijdelijke vrijstelling statiegeld voor 0,75 literflessen mogelijk
** hervulbare PET-flessen van 0,5 liter en kleiner komen niet voor maar statiegeld zou zijn: minimaal EUR 0,10

Handelsverpakkingen frisdranken en waters
Verpakkingen Statiegeld
Dollies € 30,-
Herbruikbare tray € 15,-
Herbruikbare losse tray (niet behorend bij een dolly) € 3,-
Rolcontainer € 100,-
Koolzuurcilinder € 120,-
Koolzuurpatroon € 30,-
Transportpallet koolzuurcilinder € 220,-


Het statiegeld voor een dolly met de bijbehorende 5 trays en 96 hervulbare PET-flessen flessen bedraagt € 69,-.

Zuivel
Verpakkingen Statiegeld
Polycarbonaatfles € 0,45
Glazen fles 1 liter € 0,25
Glazen fles 0,25 liter € 0,10



Afwijkende tarieven Chocomel, Fristi, Extran en
Nutroma (Nutricia Drinks BV)
Verpakkingen Statiegeld
0,2 liter fles € 0,10
0,5 liter fles € 0,15
1,0 liter fles € 0,25
lege krat 1,0 € 0,90
lege krat 0,2 € 1,50
lege krat 0,5 € 1,50
vol krat 0,2 / 0,5 / 1,0 liter € 3,90

 

Bier
Verpakkingen Statiegeld
Krat € 3,90
Halve krat € 1,95
Bierflesje (incl. 45 cl Grolsch) € 0,10
Los krat € 1,50
Beugelfles 33/50 cl (incl. Gulpener/De Leeuw) € 0,25

 

Punica (Dirmeyer Bickery Food Group
Verpakkingen Statiegeld
Literfles glas € 0,25
Krat € 0,90


De Commissie Fuststandaardisatie heeft overeenstemming bereikt met Bavaria, Grolsch en Interbrew over een gestandaardiseerd statiegeld op hun thuistapsysteem. Het statiegeld op het bierfustje bedraagt € 5,00 en het statiegeld op het bijbehorende krat € 1,70. De VBR op het geheel bedraagt € 0,30. Het Centraal Brouwerij Kantoor heeft gemeld dat het statiegeld voor alle bierfustjes kleiner dan 10 liter € 5,00 bedraagt.

Voor volledige overzichten kunt u kijken op de internetsites van het Productschap Dranken: www.productschapdranken.nl, Centraal Brouwerijkantoor: www.cbk.nl en de site van de Vereniging Nederlandse Frisdranken Industrie: www.frisdrank.nl.


IVIX

Accijns

De accijns is een verbruiksbelasting die wordt geheven over bepaalde consumptiegoederen. Het gaat om alcoholhoudende dranken zoals wijn, port, sherry, bier en producten als tabak, benzine en andere minerale oliën, zoals diesel, huisbrandolie en lpg. Net als de btw is de accijns verwerkt in de prijs die de consument betaalt. Accijns wordt door de fabrikanten in ons land, door handelaren en ook door importeurs van accijnsgoederen (bijvoorbeeld importeurs van uit Amerika afkomstige brandy) afgedragen aan de Belastingdienst. Per 1 februari 2010 gelden de volgende accijnstarieven.
Accijnstarieven alcholische dranken accijns in hl
Groep A (1,2% t/m 8,5% vol)  
a) stille wijn/andere gegiste dranken € 35,28
b) mousserende wijn/mousserende andere gegiste dranken € 45,63
Groep B (8,6% t/m 15% vol)  
a) stille wijn/andere gegiste dranken zonder toegevoegde alcohol € 70,56
b) mousserende wijn/mousserende andere gegiste dranken (evt. alcohol toegevoegd tot max. 13% vol) € 240,58
Groep C 8,6% t/m 10% vol)  
Andere gegiste dranken met toegevoegde alcohol € 70,56
Groep D (10,1% t/m 15% vol)  
Tussenproducten (waaronder andere gegiste dranken met toegevoegde alcohol) € 87,14
Groep E (boven 15% vol)  
a) tussenproducten (o.a. Vermout, Port, Sherry) € 122,75
b) mousserende wijn € 240,58

Jaar bijna voorbij, investeer met beleid

22 december 2011
Als u dit jaar voor minstens €2200 investeert en voor niet meer dan €301.800, heeft u recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.

Convenant Vakcentrum en Belastingdienst verlengd

16 juni 2011
Woensdag 8 juni is afgesproken dat het convenant tussen het Vakcentrum en de Belastingdienstvoor onbepaalde tijd wordt verlengd. Beide partijen zijn het hierover eens geworden na een korte evaluatie.