Main Navigation



Stimuleringsmaatregelen

De overheid heeft een pakket van maatregelen opgesteld om de lasten voor het Nederlandse midden- en kleinbedrijf te verlichten.
Zo worden elders op de site de maatregelen besproken omtrent afschrijving milieu-investeringen, energie-investeringsaftrek, arbobedrijfsmiddelen, reïntegratie arbeidsgehandicapten, vermindering onderwijs, vermindering lage lonen en vermindering langdurige werklozen.
Als sluitstuk wijzen wij u in het kort nog op enkele stimuleringsmaatregelen. Indien u uitgebreider informatie wenst over genoemde en andere maatregelen, dan kunt u contact opnemen met het Vakcentrum.

Enkele (fiscale) stimuleringsmaatregelen:
  1. Bedrijveninvesteringszone (BIZ)
  2. Ondernemersaftrek
  3. Zelfstandigenaftrek en startersaftrek
  4. Meewerkaftrek
  5. Stakingsaftrek
  6. Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O)
  7. Investeringsaftrek
  8. Kleine ondernemersregeling
  9. Durfkapitaal (voorheen Tante Agaathregeling)


Bedrijveninvesteringszone (BIZ)

Op 1 mei 2009 is de ‘Experimentenwet BI-zones’ in werking getreden. Een Bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een afgebakend gebied, bijvoorbeeld een (deel van een) winkelgebied of bedrijfsterrein, waarbinnen ondernemers gezamenlijk investeren in de kwaliteit van hun bedrijfsomgeving.

Het Vakcentrum heeft zich ervoor ingezet dat BIZ geen vervanging moet zijn voor de financiering van bepaalde taken of activiteiten die normaliter bij de overheid liggen. Een duidelijke taakverdeling tussen overheid en bedrijfsleven is dan ook noodzakelijk.

De activiteiten van een BIZ moeten volgens de wet zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander ‘mede publiek belang in de openbare ruimte’. Een BIZ kan slechts op verzoek van het bedrijfsleven worden ingesteld.

De introductie van de BIZ blaast ondernemersfondsen nieuw leven in. Er kan gedacht worden
aan de invoering van een opslag op de WOZ-heffing (waardering onroerende zaken), zoals in Leiden gebeurt, of aan toepassing van de reclameheffing. In de meeste gevallen heeft een BIZ de voorkeur, omdat de betrokkenheid en inspraak -ook omtrent de hoogte van de heffing!- hierbij het grootste is.

Ondernemersaftrek

De zelfstandige aftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek en de stakingsaftrek vormen samen de ondernemersaftrek. Deze ondernemersaftrek is het bedrag dat in mindering kan worden gebracht op de winst. Voor de ondernemersaftrek geldt dat voldaan moet worden aan een urencriterium. Voor de aparte onderdelen gelden tevens verschillende voorwaarden.

Om gebruik te kunnen maken van de ondernemersaftrek moet worden voldaan aan de volgende criteria:
  • de ondernemer moet minimaal 1225 uren per jaar besteden aan het feitelijk drijven van de onderneming
  • de ondernemer moet meer dan 50% van zijn totale arbeidstijd aan de onderneming besteden
Deze laatste voorwaarde geldt niet u als in één van de vijf voorafgaande jaren geen ondernemer was.

Uren die niet meetellen

Als u als ondernemer deel uitmaakte van een samenwerkingsverband (maatschap of vennootschap onder firma) met huisgenoten of familieleden, tellen bepaalde uren niet mee voor het urencriterium. Dat geldt voor uren die u besteedt aan ondersteunende werkzaamheden en werkzaamheden die ongebruikelijk zijn voor het aangaan van een samenwerkingsverband.
Een vrouwelijke ondernemer kan in het jaar van bevalling de niet gewerkte uren gedurende 16 weken toch meetellen als gewerkte uren.

Zelfstandigenaftrek en startersaftrek

Een ondernemer, die op 1 januari 2008 nog geen 65 jaar is, een eigen onderneming drijft en die voldoet aan het urencriterium geniet de zelfstandigenaftrek. De zelfstandigenaftrek bedraagt maximaal € 9.096,- bij een winst minder dan € 13.465,- en neemt geleidelijk af tot € 4.412,- bij een winst hoger dan € 57.360,-. Hoe hoger de winst hoe lager de zelfstandigenaftrek zal zijn.

Startende ondernemers genieten een verhoging van de zelfstandigenaftrek van € 2.035,- indien ze in de vijf eraan voorafgaande jaren niet meer dan tweemaal zelfstandigenaftrek hebben genoten. Voor deze regeling wordt een ondernemer als starter aangemerkt als hij in één of meer van de vijf voorafgaande jaren geen onderneming heeft gedreven.

Meewerkaftrek

Ondernemers waarvan de partner onbetaald meewerkt in de onderneming komen in aanmerking voor de meewerkaftrek. Hiervoor dient u partner minimaal 525 uur te hebben meegewerkt zonder vergoeding of tegen een vergoeding die minder was dan € 5000,-. Het bedrag van de meewerkaftrek is voor uw partner geen inkomen.

De aftrek is afhankelijk van het aantal meegewerkte uren.
Aantal gewerkte uren Aftrek
van - tot  
525 - 874 1,25% van de winst
875 - 1224 2% van de winst
1225 - 1749 3% van de winst
1750 - 4% van de winst

Stakingsaftrek

Als u als ondernemer uw onderneming staakt, komt u in aanmerking voor stakingsaftrek. U kunt maximaal € 3.630,- aftrekken van de winst die u heeft behaald bij het staken van de onderneming. Als u de onderneming heeft gekregen door middel van de zogenoemde geruisloze doorschuiving in de familiesfeer (overname tot en met 2001) of als medeondernemer of werknemer (overname vanaf 2001), geldt als voorwaarde dat u als ondernemer de onderneming langer dan 3 jaren voor uw rekening moet hebben gedreven.

Let op!
Als u vóór 1 januari 2001 al ondernemer was van een onderneming die in de periode 2001 tot en met 2005 wordt gestaakt, kunt u in aanmerking komen voor een verhoogde stakingsaftrek. Meer informatie kunt u krijgen bij de BelastingTelefoon: 0800 - 0543.

Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O)

De WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) is een fiscale stimuleringsregeling waarmee de Nederlandse overheid een deel van de loonkosten voor speur- en ontwikkelingswerk, vergelijkbaar met Research and Development, compenseert. Wat wel en niet wordt verstaan onder S&O ligt vast in de wettekst van de WBSO en de Afbakeningsregeling S&O. De WSBO kent vier verschillende soorten projecten: ontwikkeling van producten, processen of programmatuur, technisch wetenschappelijk onderzoek, analyse technische haalbaarheid en technisch onderzoek.
Voor inhoudingsplichtige ondernemingen biedt de WBSO een vermindering op de af te dragen loonheffing. Inhoudingsplichtige voor de loonheffing bent u als u personeel in dienst hebt en van de Belastingdienst een loonheffingennummer hebt gekregen. Deze vermindering van de afdracht wordt S&O-afdrachtvermindering genoemd en bedraagt per kalenderjaar 42% van de eerste 110.000 euro van het totale S&O-loon en 14% van het resterende S&O-loon. S&O-inhoudingsplichtigen die als starter worden aangemerkt komen in aanmerking voor een S&O-afdrachtvermindering van 60% over de eerste 110.000 euro van het totale S&O-loon. Per S&O-inhoudingsplichtige of fiscale eenheid bedraagt de S&O-afdrachtvermindering maximaal EUR 8.000.000 per kalenderjaar.
De aftrek S&O voor zelfstandigen (S&O-belastingplichtigen) bedraagt in 2009 € 11.806. Zelfstandigen die als starter worden aangemerkt komen voor een extra aftrek S&O in aanmerking. Deze extra aftrek bedraagt in 2009 € 5.904.     

Investeringsaftrek

De investeringsaftrek is een bedrag dat u kunt aftrekken van de winst als u heeft geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen. Door de investeringsaftrek wordt uw winst lager en betaalt u dus minder belasting. De kans is groot dat u als startende ondernemer van deze regelingen kunt profiteren. Er zijn 3 soorten investeringsaftrek mogelijk: kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, energie-investeringsaftrek en milieu-investeringsaftrek.

U heeft recht op investeringsaftrek als u voor meer dan € 2.100 investeert in bedrijfsmiddelen. U investeert in een bedrijfsmiddel in het jaar waarin u het koopt en dus een betalingsverplichting aangaat. In dat jaar kunt u de investeringsaftrek toepassen.

Als u in 2008 een investering heeft gedaan van tussen de € 2.100,- en € 236.000,- kunt u in aanmerking komen voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, als het bedrijfsmiddel in aanmerking komt voor de investeringsaftrek. Het hoogte van het aftrekpercentage is afhankelijk van het geïnvesteerde bedrag. Dit kan variëren van 25% bij een investering van € 2.100 tot 1% bij een investering tot € 236.000,-. In één jaar wordt niet meer investeringsaftrek verleend dan op de investering is aanbetaald, tenzij het bedrijfsmiddel reeds in gebruik is genomen.

Als binnen vijf jaren na de aanvang van het kalenderjaar waarin is geïnvesteerd, het bedrijfsmiddel wordt verkocht, dan moet u de investeringsaftrek die u ervoor heeft gekregen of een deel daarvan, 'terugbetalen'. U moet dan uw winst in het jaar van verkoop verhogen met de desinvesteringsbijtelling.

Wanneer het bedrag lager is dan € 2.100,- hoeft geen desinvesteringsbijtelling toegepast te worden. Een bijtelling is ook verschuldigd in geval van onttrekking van een goed aan de onderneming en bij bepaalde bestemmingswijzigingen van een goed.

De milieu-investeringsaftrek (MIA)/willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) heeft als doel het stimuleren van milieu-investeringen die in het belang zijn van de bescherming van het Nederlandse milieu. Dit gebeurt door een bepaald percentage van de investering aftrekbaar te maken van de fiscale winst en doordat bepaalde milieu-investeringen en energievoorzieningen fiscaal vrij (willekeurig) afgeschreven kunnen worden. U dient te voldoen aan een aantal voorwaarden; zo dient het bedrijfsmiddel op de milieulijst te staan, investeringskosten moeten hoger zijn dan € 2.100,-, het dient te gaan om aanschaf- en voortbrengingskosten en het bedrijfsmiddel dient niet eerder gebruikt te zijn. 15, 30 of 40% van de investeringskosten (naast de afschrijving) is aftrekbaar van de fiscale winst.

Voor de energie-investeringsaftrek gelden veelal dezelfde voorwaarden: bedrijfsmiddel dient niet eerder gebruikt te zijn, op de energielijst te staan en de investeringskosten moeten hoger zijn dan € 2.100,-. Het aftrekpercentage voor de energie-investeringsaftrek betreft 44%. Het doel van deze regeling is het investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen of duurzame energie. Kiest u voor de energie investeringsaftrek dan hebt u geen recht op de milieu-investeringsaftrek voor dezelfde bedrijfsmiddelen.

Kleine ondernemersregeling

Aan zelfstandige ondernemers die weinig BTW betalen wordt volgens een speciale regeling vermindering of vrijstelling van omzetbelasting verleend. Vrijstelling is mogelijk wanneer de af te dragen BTW niet hoger is dan € 1.345,- per jaar. Vermindering is mogelijk als jaarlijks minder dan € 1883,- aan omzetbelasting verschuldigd is, maar meer dan € 1346,-. Om in aanmerking te komen voor deze regeling, dient u aan een aantal voorwaarden te voldoen:
  • u hebt een eenmanszaak, of de onderneming is een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, zoals een maatschap of een vennootschap onder firma of een man/vrouw firma
  • u voldoet aan administratieve verplichtingen
  • u zou in één bepaald jaar niet meer dan € 1883,- hoeven te betalen aan BTW.
Bij elke kwartaalaangifte kunt u ook alvast een voorlopige belastingvermindering toepassen. De  definitieve vermindering berekent u dan één keer per (boek)jaar.

Durfkapitaal (voorheen Tante Agaathregeling)

Omdat deze regelingen aan regelmatige aanpassing onderhevig zijn kunt u meer informatie bij het Vakcentrum aanvragen. Voor het starten van een onderneming zijn doorgaans grote investeringen noodzakelijk. Deze regeling is voor financiers in het leven geroepen om het voor hen (particulieren) aantrekkelijk te maken leningen te verschaffen aan een startende ondernemer. Het is een fiscale stimuleringsregeling van de overheid voor geldverstrekkers aan ondernemers.