Hieronder volgt een overzicht met vragen en antwoorden over de afrondingsregel. Het is belangrijk is dat de (kassa-)medewerker de consument duidelijk kan uitleggen hoe de afrondingsregel werkt en waarom de afrondingsregel wordt toegepast:
Hoe weet de klant dat de afrondingsregel van toepassing is?
Winkeliers die de afrondingsregel toepassen dienen dit aan te geven met een duidelijk zichtbare raam- en kassasticker of poster. Deze sticker/poster geeft aan dat specifieke koopcondities van toepassing zijn, namelijk het afronden van het totaalbedrag op een naaste veelvoud van 5 cent, bij contante betalingen.
Afronden: wat zijn de spelregels?
De afrondingsregel houdt in dat het totaalbedrag op de kassabon bij contante betalingen wordt afgerond op 0 of 5. Bijvoorbeeld:
- Een totaalbedrag van € 22,69, dat contant wordt afgerekend, wordt naar boven afgerond op € 22,70; en
- Een totaalbedrag van € 13,67, dat contant wordt afgerekend, wordt naar beneden afgerond op € 13,65.
- Totaalbedragen die eindigen op 1, 2, 8 en 9 worden afgerond op 0. Totaalbedragen die eindigen op 3, 4, 6 en 7 worden afgerond op 5.
- De afrondingsregel is niet van toepassing bij betalingen met de PINpas, Chipknip of creditcard.
- De winkelier geeft geen munten van 1- en 2- eurocent als wisselgeld.
Wordt er vaker naar boven dan naar beneden afgerond?
Het afronden is ‘neutraal’. Gemiddeld genomen wordt de helft van totaalbedragen naar boven afgerond en de helft van de totaalbedragen naar beneden, waardoor het aan het einde van de rit voor de consument niets uitmaakt.
Mogen consumenten betalen met munten van 1- en 2-eurocent?
Doordat deze munten een wettig betaalmiddel blijven, mogen consumenten het afgeronde bedrag ermee betalen. Bijvoorbeeld, een bedrag van:
- € 10,05 mag betaald worden met een bankbiljet van 10 euro en 5 munten van 1-eurocent; en
- € 21,10 mag betaald worden met een biljet van 20 euro, 1-euromunt en 5 munten van 2-eurocent.
Op den duur zal er steeds minder met munten van 1- en 2-eurocent betaald worden, omdat consumenten deze in Nederland niet meer terug krijgen als wisselgeld.
Worden de munten van 1- en 2-eurocent afgeschaft?
Nee, deze munten blijven een wettig betaalmiddel. Het besluit om deze munten af te schaffen kan alleen op Europees niveau genomen worden. Hier is op dit moment geen sprake van.
Wat als een klant niet het afgeronde bedrag wil betalen, bijvoorbeeld € 10,93 i.p.v. het afgeronde totaalbedrag van € 10,95. Kan dat?
Ondanks dat de munten van 1- en 2-eurocent wettig betaalmiddel blijven, is het voor consumenten niet langer toegestaan om bij winkels die duidelijk zichtbaar hebben aangegeven dat contante betalingen worden afgerond, het oorspronkelijke bedrag te betalen. Een bedrag van € 19,28 wordt € 19,30 en een bedrag van € 19,27 wordt € 19,25.
De consument gaat namelijk een tijdelijke overeenkomst aan met de winkelier om het totaalbedrag bij contante betalingen af te ronden op 0 of 5, als in de winkel duidelijk wordt aangegeven dat de afrondingsregel van toepassing is. De afrondingsregel geldt als één van de koopcondities. De consument betaalt het afgeronde bedrag.
Worden de prijzen van de artikelen hoger?
Nee, die zullen door het afronden niet stijgen, dat gebeurde immers ook niet bij het afronden met de gulden. Afronden is alleen van toepassing op het totaalbedrag op de kassabon.
De situatie kan zich voordoen dat een consument één product koopt van € 1,99. Dat wordt wel naar boven afgerond, maar dat komt omdat het totaalbedrag op de kassabon gelijk staat aan dat ene product. Dat geldt ook voor een product van € 2,07 dat naar beneden wordt afgerond op € 2,05 (mits de aankoop contant wordt betaald).
Waarom afronden?
Het is belangrijk dat de (kassa-)medewerker de consument duidelijk kan uitleggen waarom de afrondingsregel wordt toegepast:
- Voor de consument betekent het meer betaalgemak, zoals een snellere kassahandeling en minder gedoe met muntjes van 1- en 2-eurocent.
- De 1- en 2-eurocentmunten blijven wettig betaalmiddel, maar het eindbedrag op de kassabon zal worden afgerond op 0 of 5. De ene keer zal dit voordelig uitvallen voor de consument doordat het bedrag naar beneden wordt afgerond. De andere keer zal dit voordelig uitvallen voor de winkelier omdat er naar boven wordt afgerond. Uiteindelijk maakt het daardoor voor zowel consument als winkelier geen verschil, net als in de tijd van de gulden.
- De detailhandel bespaart door de toepassing van de afrondingsregel op jaarbasis circa 30 miljoen euro aan kosten. Bijvoorbeeld kosten die gerelateerd zijn aan het afrekenen en aan de kassaopmaak doordat hier minder tijd aan wordt besteed en wisselgeldkosten.
bron: Detailhandel Nederland
VIIX

