Het wetsvoorstel om de koopzondagen te beperken is in strijd met de Europese regels. De kans is groot dat het wetsvoorstel om het aantal koopzondagen te beperken geen stand houdt. In het Europees Parlement zijn opnieuw vragen gesteld over de Nederlandse Winkeltijdenwet.
Nadat Sophie in ’t Veld (D66) al belangstelling toonde is er nu ook de Zweedse Europarlementariër Fjellner van de Christen-Democraten die vraagtekens zet bij de consequenties van het wetsvoorstel om het aantal koopzondagen te beperken voor de vrijheid van vestiging van winkels in de EU. Het is zeer de vraag of het beperken van het aantal koopzondagen aan de hand van een onbegrijpelijk begrip als ‘toerisme’ toegestaan is. De aaneenschakeling van rechtszaken, procedures en problemen in onder andere de gemeenten Westland, Amsterdam en Rotterdam laten zien dat het begrip ‘toerisme’ volstrekt onbruikbaar is om het aantal koopzondagen vast te stellen.
Onlangs heeft ook een groep van 21 Brabantse gemeenten aangegeven dat de Winkeltijdenwet in strijd is met Europese regels. Verschillende partijen, waaronder het Europees Parlement en de Raad van State, plaatsen vraagtekens bij het wetsvoorstel. Vooral de economische en juridische onderbouwing van het wetsvoorstel, dat slechts gebaseerd lijkt op de wens van een minderheid van het inmiddels demissionaire kabinet, is zwak.
Samen met onder andere de Vereniging Nederlandse Gemeenten, MKB-Nederland, Detailhandel Nederland en de Consumentenbond pleit het Vakcentrum ervoor dat gemeenten samen met winkeliers bepalen of, en zo ja hoeveel, koopzondagen er zijn. De onduidelijke definitie ‘toerisme’ en een onduidelijk vergunningsstelsel leiden tot oneerlijke concurrentie.