Main Navigation

Oproepkracht moet voor minimaal drie uur worden uitbetaald



Op 19 juli 2011 heeft het Gerechtshof in Leeuwarden een uitspraak gedaan over de juridische positie van oproepkrachten. Deze uitspraak kan van belang zijn voor ondernemers die oproepkrachten in dienst hebben.

Oproepkracht vs. hulpkracht
Voor de toepassing van deze uitspraak is het belangrijk om te weten dat er in de CAO voor het Levensmiddelenbedrijf een onderscheid wordt gemaakt tussen oproepkrachten en hulpkrachten. Oproepkrachten zijn werknemers die wegens tijdelijke drukte op oproep beschikbaar zijn. Dat betekent dat deze werknemers af en toe, bijvoorbeeld tijdens de vakantieperiode, komen werken en vervolgens een tijd niet. En dan weer eens worden opgeroepen om bijvoorbeeld wegens ziektevervanging te komen werken. Kenmerkend voor oproepkrachten is onder andere dat er geen regelmaat in de werkzaamheden en/of werktijden te ontdekken valt en dat zij een oproep kunnen weigeren. Een hulpkracht daarentegen werkt wekelijks tussen de twee en twaalf uur, waarbij moet worden opgemerkt dat een hulpkracht niet elke week hetzelfde aantal uur hoeft te werken, of op dezelfde dagen.

Onzekerheid
Het Hof heeft in bovenvermelde zaak bepaald dat een oproepkracht die een arbeidsovereenkomst heeft voor minder dan vijftien uur per week, ten minste voor drie uur per oproep moet worden uitbetaald. Oók als die oproep korter duurt dan drie uur. In feite sluit het Hof aan bij artikel 7:628a BW. Hierbij nam het Hof in aanmerking dat het in deze zaak ging om een oproepkracht met een contract van minder dan vijftien uur per week, waarbij het arbeidspatroon niet vastligt. Met een niet-vast arbeidspatroon wordt niet gedoeld op wisselende werktijden, maar op onzekerheid met betrekking tot de arbeidsomvang. Zodra er met roosters wordt gewerkt die op tijd worden vastgesteld – en er dus niet op het 'laatste moment' wordt opgeroepen – is de uitspraak van het Hof niet van toepassing.

Overigens verwacht het Vakcentrum dat het effect van deze uitspraak in de praktijk beperkt is. De meeste ondernemers in de levensmiddelenbranche werken immers met hulpkrachten in plaats van oproepkrachten.