Main Navigation



Stimuleringsmaatregelen

Supermarkt als sociale werkplaats

In Nederland werken tienduizenden mensen met een lichamelijke, psychische en/of verstandelijke handicap in de sociale werkvoorziening (SW-bedrijf). Gunstige regelingen maken het ook voor gewone bedrijven, zoals supermarkten, aantrekkelijk om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen.

Zo zijn er verschillende financiële voordelen. Arbeidsgehandicapte werknemers zijn vaak goedkoper door loonkostensubsidie. Bovendien hoeft de ondernemer niet door te betalen bij ziekte en draagt hij geen financiële risico’s bij arbeidsongeschiktheid.

Tot de mogelijkheden horen begeleid werken of detachering. Het SW-bedrijf zorgt kosteloos voor de selectie en coaching van de geschikte kandidaat, regelt de nodige voorzieningen (zoals vervoer of aanpassingen op de werkplek) en draagt daarvoor een deel van de kosten. Een consulent van het SW-bedrijf ondersteunt u bij de (beperkte) administratie, zoals het aanvragen van subsidies. U krijgt er een gemotiveerde, vakkundige en betrouwbare werknemer bij en draagt tegelijk een steentje bij aan een sociale maatschappij. Interesse? Neem dan contact op met het Vakcentrum.
  1. Wet vermindering afdracht loonbelasting
  2. Afdrachtvermindering onderwijs
  3. Levensloopregeling
  4. Herintreders
  5. Overige stimuleringsmaatregelen


Wet vermindering afdracht loonbelasting

De Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) kent verschillende afdrachtverminderingen. Als u recht heeft op een of meer van deze afdrachtverminderingen, hoeft u minder loonheffing af te dragen dan u heeft ingehouden. Op de aangifte geeft u deze afdrachtverminderingen aan.

Het gaat om de volgende afdrachtverminderingen:
  • afdrachtvermindering onderwijs;
  • afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk;
  • afdrachtvermindering zeevaart.

Voor de detailhandel gaat het vooral om de afdrachtvermindering onderwijs. De afdrachtverminderingen onderwijs kunt alleen u toepassen als het loon van de werknemer niet hoger is dan het zogenaamde toetsloon.

Afdrachtvermindering onderwijs

Het is voor bedrijven en instellingen aantrekkelijk om iemand in dienst te nemen via de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL). De BBL (voorheen Leerlingwezen) is een vorm van werkend leren.
U kunt namelijk de afdrachtvermindering onderwijs toepassen als u werknemers in dienst heeft die de beroepspraktijkvorming volgt van de beroepsbegeleidende leerweg op grond van een leerwerkovereenkomst tussen u, de werknemer en de onderwijsinstelling. Ook als er nog geen leerwerkovereenkomst is, kunt u deze regeling toepassen als u wel beschikt over een verklaring van het Regionaal Opleidingscentrum waaruit blijkt dat de desbetreffende werknemer de beroepsbegeleidende leerweg volgt. Daarnaast kunt u deze afdrachtvermindering onderwijs toepassen als u een werknemer in dienst heeft die:

 
  • arbeid verricht in het kader van een initiële opleiding in het hoger beroepsonderwijs (hbo) op grond van een onderwijsarbeidsovereenkomst tussen de werkgever, de werknemer en de hogeschool. Deze werknemer mag niet zijn ingeschreven als student voor het volgen van voltijds onderwijs en de afdrachtvermindering is alleen van toepassing als de arbeid aansluit bij de opleiding.
  • een voormalige werkloze is die aangewezen scholing volgt die er op gericht is hem op startkwalificatieniveau te brengen. Dit mag maximaal MBO-2 niveau zijn. Zijn loon mag echter niet hoger zijn dan het toetsloon in het betreffende loontijdvak en u moet beschikken over een verklaring van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) dat hij voor indiensttreding werkloos was. Ook dient u een verklaring van de onderwijsinstelling bij uw loonadministratie te bewaren.
  • leerlingen die een leerwerktraject volgen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De leerling moet werkzaamheden verrichten in het kader van een leerwerkovereenkomst tussen u, de leerling, de onderwijsinstelling en het landelijk orgaan voor het beroepsonderwijs. U kunt de afdrachtvermindering ook toepassen als u nog niet over een afschrift van de leerwerkovereenkomst beschikt, maar wel een verklaring van de onderwijsinstelling waaruit blijkt dat de leerling tot de doelgroep behoort. 
 
Let op!
De afdrachtvermindering onderwijs kan niet meer worden toegepast als een werknemer het examen heeft behaald, of tussentijds zijn opleiding heeft beëindigd. Voor werknemers (bijvoorbeeld scholieren) die geen beroepsbegeleidende maar een beroepsopleidende leerweg volgen, geldt de afdrachtvermindering onderwijs niet. Voor voormalig werklozen en voor werknemers die de leeftijd van 25 jaar nog niet hebben bereikt en een opleiding in het kader van de beroepspraktijkvorming van de beroepsgeleide leerweg of in het kader van de initiële opleiding in het hbo volgen geldt dat de afdrachtvermindering alleen van toepassing is als het loon in het desbetreffende loontijdvak niet hoger is dan het voor hen geldende toetsloon voor dat tijdvak. Het toetsloon bedraagt ongeveer 130% van het minimumloon (als minimumloon geldt hier het minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder, ongeacht de leeftijd van de werknemer), exclusief ploegendiensten of onregelmatige diensten. Voor leerlingen die een leerwerktraject volgen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) geldt geen toetsloon. De afdrachtvermindering is een korting op de af te dragen loonheffing.
Meer informatie over deze afdrachtvermindering vindt u op de website van de Belastingdienst.

Levensloopregeling

Alle werknemers die in Nederland werken, hebben het wettelijke recht op deelname aan de levensloopregeling. Als een werknemer er voor kiest om mee te doen aan een levensloopregeling kunt u dit niet weigeren. De levensloopregeling houdt kortgezegd in dat werknemer een percentage van hun bruto salaris opsparen om in de toekomst een onbetaald verlof te financieren. Dit mag maximaal 12% van het brutoloon bedragen. Ook kunnen bovenwettelijke vakantiedagen, overwerkuren of adv-dagen in geld worden omgezet en op de levenslooprekening worden gestort. Op de stortingen betaald u geen loonheffingen. Wel de gebruikelijke premies voor de werknemersverzekeringen. Loonheffingen houdt u pas in op het moment dat de werknemer het verlof opneemt.

Herintreders

Het in dienst nemen van herintredende vrouwen / mannen, heeft voor werkgevers voordelen hoewel het u niet direct financieel voordeel oplevert. Vaak gaat het bij herintredende vrouwen en mannen om deeltijdwerk omdat zij werk en gezin willen combineren.
Voordelen van het in dienst nemen van herintreders zijn een hogere productiviteit. Medewerkers met een dienstverband kleiner dan fulltime hebben over het algemeen een hogere productiviteit. Ook zijn herintreders vaak beter gemotiveerd doordat een groot deel van de herintreders gaat werken omdat zij het leuk vinden. Daarnaast zijn een lager ziekteverzuim, loyaliteit en flexibiliteit voordelen.
Uiteraard kunnen er ook nadelen zitten aan het in dienst nemen van herintreders maar hier zijn vaak verschillende oplossingen voor.

Overige stimuleringsmaatregelen

Er zijn verschillende subsidiemogelijkheden voor ondernemers die gedeeltelijk arbeidsgeschikte medewerkers, oudere werknemers of werklozen in dienst hebben of nemen.
Hieronder worden de meest gebruikte subsidiemogelijkheden hiervoor beschreven.
Voor meer informatie over deze onderwerpen kunt u terecht op de sites van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (www.minszw.nl), het UWV (www.uwv.nl) en de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl).
  • regelingen voor (langdurig) werklozen en niet-werkenden (Wet werk en bijstand): u kunt als werkgever met subsidie van de gemeente een langdurig werkloze bij u laten detacheren door de gemeente. De werknemer is dan in dienst van de gemeente en in de detacheringsovereenkomst met de gemeente worden de werkzaamheden vastgelegd. U kunt via een bemiddelende instantie een werkervaringsplaats bieden aan een langdurig werkloze, waarvoor u van de gemeente een subsidie krijgt;
  • Loonkostensubsidie (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten en langdurig werklozen: De werkgever kan in aanmerking komen voor loonkostensubsidie bij het in dienst nemen van (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte werknemers die jonger zijn dan 50 jaar en direct voorafgaand aan de indiensttreding een WGA-, WAO-, WGZ- of Wajong- uitkering ontving. De subsidie bedraagt 50% van het minimumloon bij een fulltime dienstverband. Als de werknemer parttime werkt wordt de subsidie verlaagt naar verhouding van het aantal gewerkte uren. De werkgever moet een contract aanbieden voor ten minste een jaar en de intentie hebben dit contract daarna met nog minimaal een half jaar te verlengen. De subsidie moet worden aangevraagd binnen drie maanden nadat de werknemer in dienst is getreden. De subsidie kan ook worden toegepast voor het in dienst nemen van langdurig werklozen die moeilijk aan het werk kunnen komen. Vereist is dat de werknemer nog geen vijftig jaar is, in de afgelopen 6 maanden niet op proef bij de werkgever heeft gewerkt, beschikt over een zogenaamde indicatie loonkosten subsidie (LKS) waaruit blijkt dat hij of zij tot de doelgroep behoort, in de afgelopen 5 jaar geen loonkosten subsidie heeft ontvangen en al de werkloosheid al langer dan een jaar heeft geduurd. De subsidie kan worden aangevraagd bij het UWV.
  • Premiekorting voor het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder: De werkgever kan voor het in dienst nemen van werknemers die direct voorafgaand aan dit dienstverband een werkloosheidsuitkering, arbeidsongeschiktheidsuitkering of bijstandsuitkeringuitkering ontvingen, in aanmerking komen voor premiekorting. De premiekorting kan oplopen tot maximaal € 6500 per jaar. De werkgever kan van de premiekorting gebruik maken zolang de werknemer bij hem in dienst is, tot een maximum van drie jaar. Om in aanmerking te komen voor premiekorting dient de werkgever te beschikken over een zogenaamde doelgroepverklaring van het UWV waaruit blijkt dat de werknemer een uitkering had voor dat hij in dienst kwam. Het kan gaan om een uitkering WW, WAO, WAZ, WIA, WWB, IOAW, IOAZ, WIK of Wajong zijn.
  • Premiekorting voor het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder: De werkgever kan voor het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder in aanmerking komen voor premiekorting. De premiekorting kan oplopen tot € 2.750 per jaar en geldt zolang de dienstbetrekking bestaat, maar uiterlijk tot de werknemer 65 jaar wordt. Bij samenloop van premiekorting voor het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder en premiekorting voor werknemers van 62 jaar en ouder, dan gaat de premiekorting het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder voor. Nadat de maximale periode van drie jaar is verlopen, kan aansluitend de premiekorting voor het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder worden toegepast.
  • Premiekorting voor het in dienst houden of het in dienst nemen van arbeidsgehandicapten: Werkgevers kunnen bij het in dienst nemen van werknemers met een ziekte of een handicap korting krijgen op de WAO/WIA en WW premie wanneer de werknemer direct voorafgaand aan het in dienst nemen recht had op een WIA (WGA of IVA) uitkering. De premie kan oplopen tot maximaal € 2.042,- daar komt nog een extra korting bij voor iemand met een Wajong-uitkering. De werkgever kan van de premiekorting gebruik maken zolang de werknemer bij hem in dienst is, tot een maximum van drie jaar. De premie korting kan door de werkgever zelf worden toegepast bij de aangifte loonheffing. De werkgever kan deze premiekorting ook toepassen voor het in dienst houden van werknemers met een ziekte of handicap door wie het werk geheel of gedeeltelijk wordt hervat. De premiekorting geldt in dat geval zolang de werknemer in dienst is, met een maximum van een jaar. Voor meer informatie kunt u terecht op de website van de belastingdienst.
  • marginale arbeid: als u gedurende maximaal 6 weken een uitkeringsgerechtigde in dienst neemt, kunt u voor deze werknemer premievrijstelling werknemersverzekeringen aanvragen. Als u van deze regelingen gebruik wilt maken, dan moet u een aanvraag indienen bij de Belastingdienst;
  • loondispensatie: als de arbeidsprestatie van een werknemer door ziekte of gebrek duidelijk minder is dan normaal, kunt u UWV vragen om u loondispensatie te verlenen.
  • regelingen voor arbeidsgehandicapten of personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering: er zijn enkele speciale maatregelen om werkgevers te stimuleren arbeidsgehandicapten in dienst te nemen. Daarbij gaat het om mensen die door ziekte of gebrek een beperking hebben of hebben gehad bij het verrichten van arbeid. Meer hierover staat in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten die geldt voor werknemers die voor 2006 al arbeidsgehandicapt waren en de in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen die geldt voor werknemers die in 2006 of later vanaf 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden. Voorbeelden van die maatregelen zijn:
  • U kunt een arbeidsgehandicapte maximaal 6 3 maanden op proef bij u laten werken. U hoeft geen loon te betalen: de arbeidsgehandicapte ontvangt een reïntegratie-uitkering. Belangrijk is dat u van plan bent een dienstverband van minimaal 6 maanden aan te bieden als het goed gaat. Dit legt u schriftelijk vast in een intentieverklaring.
  • Als u een arbeidsgehandicapte werknemer in dienst neemt, kunt u in aanmerking komen voor een plaatsingsbudget. Maakt u extra kosten voor aanpassing van de arbeidsplaats van de werknemer, dan kunt u een pakket op maat krijgen. U krijgt dan een vergoeding voor de extra kosten. U kunt dit aanvragen bij het UWV.Als u een arbeidsgehandicapte werknemer in dienst neemt, draagt u geen kosten als gevolg van ziekte of arbeidsongeschiktheid die intreedt binnen 5 jaar na indiensttreding van de werknemer (no-riskpolis). Bij ziekte wordt ziekengeld uitbetaald door het UWV. De no-riscpolis geldt automatisch als de werknemer er voor in aanmerking komt. Wel moet u de werknemer ziek melden bij het UWV als u verwacht dat hij een Ziektewet-uitkering kan krijgen.  
 

69