Wence Lepsi tevreden met zijn stationswinkel

Na 45 jaar onder de vlag van Albert Heijn te hebben gewerkt, nam Wence Lepsi afscheid van de formule. Hij werd in 2013 eigenaar van een stationswinkel in Oostrum en is nu echt zelfstandig. Zonder formule, zonder franchisecontract. Lang niet altijd eenvoudig, maar hij kan nu wel zijn eigen koers bepalen.

De beslissing om afscheid te nemen van een sterke supermarktformule was best lastig. Maar toen de verbouwing van zijn winkel keer op keer werd uitgesteld, hakte Lepsi de knoop door. “Ik bereikte een leeftijd waarop ik geen zin meer had in het doen van een flinke investering. Daarbij had ik ook geen opvolgers voor de winkel. Toen mijn broer overleed, heb ik zijn stationskiosk overgenomen. Dat was in de tijd dat de NS van start ging met het project ‘prettig wachten’, waarbij de toiletten uit de trein verdwenen. De faciliteiten op treinstations werden in het kader van dit project opgekrikt. Wij hebben toen de ruimte van de kiosk uit kunnen breiden met een groot gedeelte van de wachtruimte.”

Klandizie

Met deze uitbreiding kon Lepsi niet alleen de reizigers van dienst zijn, maar ook de inwoners van Oostrum. Het Limburgse dorp telt 1.900 inwoners, maar heeft geen supermarkt. Lepsi besloot om een nieuwe winkel neer te zetten, met een broodjesservice. Ideaal, omdat op 100 meter van het station een regionaal opleidingscentrum (roc) met 1.250 leerlingen was gevestigd en er veel bedrijven zaten waarvan de kantine verdween. “Inmiddels zitten er 1.550 leerlingen op het roc en breidt het aantal bedrijven flink uit.” Het spreekt voor zich dat de ondernemer zich met name concentreert op deze twee groepen. Alle klandizie uit het dorp voor de vergeten boodschappen is voor hem een extraatje. Zijn strategie heeft goed uitgepakt. De omzet is sterk gestegen met marges van boven de 35%. “Iedere ochtend tussen 7.00 en 10.00 uur bieden we een meeneem-ontbijt aan voor € 2,95. Daarnaast hebben wij een broodje of stokbroodje van de week.”

Winkeltje spelen

Hoewel de Limburger succesvol is in wat hij doet, heeft hij ervaren dat het runnen van een stationszaak heel anders ‘winkeltje spelen’ is dan wat hij tot dan toe gewend was. Een groot deel van de omzet wordt beïnvloed door schoolvakanties, school onderzoeken, stageperiodes, feestdagen en bedrijfsvakanties. Om de omzet in minder drukke perioden toch op peil te houden, verzorgt de onder nemer in de maanden juli en augustus dagelijks een broodjesservice op de camping in het dorp. Een goed idee, daar is hij immers ondernemer voor. Lepsi vindt het prettig dat hij niet gebonden is aan een formule. “We kunnen gebruikmaken van de aanbiedingen van onze leverancier. Daarnaast kunnen we – wanneer we dat willen – inspringen op aanbiedingen van vertegenwoordigers. Een nadeel is wel dat als eenling de inkoopprijs op het niveau ligt van de verkoopprijs van omringende supermarkten.” Omdat zijn winkel op het station ligt, kan Lepsi wel inhaken op de activiteiten van de NS of Veolia. “Denk maar aan de promotie van de avond vierdaagse en de verkoop van kaarten hiervoor.”

Lidmaatschap van het Vakcentrum

In 2000 sloot Lepsi zich aan bij het Vakcentrum. En in al die jaren heeft hij regelmatig gebruikgemaakt van de producten en diensten voor leden. Zo heeft hij tijdens de overstap naar de stationswinkel een adviseur geraadpleegd, die hem hielp om de zaken eens duidelijk op een rij te zetten. Ook maakt hij regelmatig gebruik van de cursusmogelijkheden. Recent nog heeft een medewerkster de training ‘Arbo professionalisering’ gevolgd.

Toekomst

De toekomst ziet hij positief tegemoet. “Die hangt af van het leerlingen aantal op het roc en de ontwikkeling van de bedrijven in de omgeving. Maar ik ben positief gestemd."  

Terug naar alle rapportages