Stand van zaken invoering Persoonlijk Ontwikkelingsbudget (POB)

12-12-2018

In de nieuwe Cao voor het Levensmiddelenbedrijf is bepaald dat medewerkers met een arbeidscontract van meer dan 12 uur per week, sinds 1 januari 2018 recht hebben een POB van €175 op jaarbasis (periodieke opbouw per maand of loonperiode). 

Wij hebben u eerder medegedeeld dat het bedrag gestort zou moeten worden op een individuele leerrekening van de werknemer. Die storting zou dan vrij zijn van inhouding loonbelasting en het beschikbaar gestelde budget kan uitsluitend worden besteed aan scholing en ontwikkeling volgens de vrijstellingscriteria van de loonbelasting.

Wij hebben u vervolgens medegedeeld dat er vragen zijn gerezen over de fiscale behandeling van het POB. Daarom zijn de werkgeversorganisaties én de werknemersorganisatie opnieuw in overleg met de Belastingdienst gegaan. De fiscale problemen rond de invoering van de supermarktleerrekening zijn nog niet opgelost. Hiervoor is een wetwijziging nodig die niet op korte termijn te verwachten valt.

Derhalve heeft overleg plaatsgevonden op het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en met het ministerie van Financiën. Het is mogelijk dat de werkgevers in de Cao voor het Levensmiddelenbedrijf mee gaan doen met een pilot die wordt opgezet vanuit de twee ministeries die bij de invoering van een individuele leerrekening betrokken zijn.

Uitgangspunt voor invoering van een POB is de volgende marsroute:

  1. Met CNV Vakmensen wordt gewerkt aan een aanpassing van de Cao-tekst die voldoet aan de criteria die de Belastingdienst stelt aan een individuele leerrekening. De nieuwe tekst moet zo dicht mogelijk aansluiten op de oorspronkelijke afspraak, omdat de individuele leerrekening in de Cao een uitwerking is van de vernieuwingsagenda.
    Belangrijk is te weten dat het geld in de nieuwe situatie NIET gestort wordt op een aparte leerrekening. Het geld moet wel gereserveerd worden op uw balans 2018!;
  2. Medewerkers die in 2018 recht hadden op POB blijven dit recht houden en in 2019 komt daar het volgende bedrag bij. Medewerkers die tussentijds vertrekken hebben geen recht om het mee te nemen;
  3. Pas in 2019 kan daadwerkelijk gebruik gemaakt worden van de opgebouwde rechten;
  4. Voor de gezamenlijke werkgevers zoekt het Vakcentrum in overleg met het grootwinkelbedrijf een gemeenschappelijke provider, omdat schaalvoordelen tot lagere kosten van providers voor de leden kunnen leiden;
  5. Via deze provider kunnen de medewerkers dan de cursussen inkopen.

Wij houden u van de verdere voortgang op de hoogte.