Een goed glas,

moet volgens het initiatiefwetsvoorstel van Eric Ziengs overal gedronken kunnen worden. De strikte functiescheiding tussen food en non-foodwinkels, slijterijen en horecagelegenheden is niet meer functioneel. Alcoholhoudende drank moet volgens Ziengs in elke winkel verkocht kunnen worden voor gebruik ter plaatse of elders. Modezaken, kookwinkels, maar ook foodspeciaalzaken kunnen dan de keuze maken om drank te verstrekken.

Maar… de horeca- en slijtersbedrijven mogen dan wel een zogeheten ‘nevenassortiment’ verkopen: producten die verband houden met de gebruikelijke activiteiten van het horeca- of slijtersbedrijf. Precieze uitwerking volgt nog. De functie van het oorspronkelijke bedrijf moet in ieder geval behouden blijven. Restaurants zouden bijvoorbeeld in staat worden gesteld om pannen, serviezen, kazen, wijnen en wellicht zelfs wilde zwijnen te verkopen. Waar ligt de grens?

Nederland kent (nog steeds) een fijnmazige detailhandelsstructuur en dat moet zo blijven. Wanneer horeca de mogelijkheid krijgt om een nevenassortiment te voeren, dat dicht in de buurt komt van het basisassortiment van bijvoorbeeld een buurtwinkel, gaat deze structuur op de schop. In één klap worden duizenden vierkante winkelmeters toegevoegd. Dit staat haaks op het streven om winkelactiviteiten te concentreren en levensvatbare buurt- en wijkwinkelcentra overeind te houden. Aan de andere kant kan het voorstel van Ziengs om in winkels een drankje te verstrekken wellicht een zetje in de rug betekenen voor het bestaansrecht van deze winkels.

Er lijkt een politieke meerderheid voor het initiatief. Opvallend, zeker in een periode waarin kabinet en bedrijfsleven juist werken aan een preventieakkoord. Los van de komende discussie over de definities in het voorstel, wordt ook de nalevingscontrole een uitdaging. Ik zie het nog niet gebeuren dat honderden controleurs hiervoor de weg op gaan.

Een hellend vlak dreigt.

Het wachten is op de verdere uitwerking met of zonder een goed glas.­

mr. Patricia Hoogstraaten RAE
directeur