Voormalig winnaar Erwin Binneveld: "Jongens, je weet niet half wat er op je afkomt"

Erwin Binneveld en Mirjam Bestebreurtje zijn in 2015 onderscheiden met de ZO2Z Award (Zelfstandig Ondernemer Onderscheidt Zich), de prijs voor de beste zelfstandig supermarkt­ondernemer. Een jaar later verklaart Erwin Binneveld het ontstaan van het succes, en kijkt hij met zijn winkelformule naar de toekomst.

DSC_3679_bewerkt

Spar University is een compacte gemakswinkel, volledig afgestemd op de locatie en de doelgroep: het studenten­leven op de campus. Volledig afwijkend van hoe een supermarkt er tot die tijd uit ‘hoort’ te zien. De jury van de ZO2Z verkiezing roemt in 2015 tevens de vernieuwende wijze waarop de winkel wordt aangestuurd. En hoewel de finale bezet is met nog meer zeer goede supermarkten, geleid door topondernemers, is de bekroning van ondernemers Binneveld­ en Bestebreurtje­ ook een bekroning voor de verkiezing zelf: dít is vernieuwing­!

Een bijzondere prijs, voor een bijzonder winkelconcept. Wat heeft deze prijs voor jullie betekend? Ik neem aan dat studenten er niet van onder de indruk zijn.

Erwin Binneveld: “Haha, nee, eerder niet. Daar moeten studenten helemaal­ niks van hebben. Maar het helpt ons bij onze acquisitie, het verkrijgen van nieuwe vestigingspunten. Met deze prijs, die je niet zo maar wint, wordt je nog iets serieuzer genomen door de gesprekspartners op andere locaties. Dat is voor ons de grote winst. Als zelfstandig ondernemer moeten wij in acquisities de strijd aan met het grootwinkelbedrijf en grote cateringorganisaties.”

“We zijn een grab ’n go-winkel. We houden in gesprekken met de universiteiten regelmatig de vinger aan de pols of onze formule aansluit bij de behoeften. Natuurlijk horen we in Utrecht bijvoorbeeld de behoefte van studenten die een low-budget-aanbod missen, bulkgoederen tegen bodemprijzen. Maar het gros van de klanten is heel erg blij met de formule, de snelheid en het kant-en-klaar-aanbod.”

Naast Utrecht hadden jullie vorig­ jaar locaties in Amsterdam en Rotterdam­. Wat is er sindsdien met jullie bedrijf gebeurd?

“We hebben een nieuwe zaak in Eindhoven geopend. In Utrecht is een tweede locatie gestart voor de Hogeschool, niet ver van de hoofdvestiging. Hemelsbreed is het maar honderd meter, maar toch is het een heel eigen gebied. Heel grappig, want we verliezen geen omzet in de andere vestiging, terwijl de nieuwe winkel volledig op koers zit. Met wel weer een ander imago: hier krijgen we verraste gezichten dat de prijzen niet hoger zijn dan in de andere locatie. Daarnaast hebben we sinds enkele weken een locatie in de Wibautstraat, bij de gebouwen van de Hogeschool van Amsterdam. Omdat we daar midden in de stad zitten, krijgen we ook veel toeristen. Die dan ineens voor tientallen euro’s aan boodschappen kopen voor op de hotelkamers. Onze plannen voor een locatie in Delft zijn doorgeschoven naar 2017.”

En België?

“Nou, dat kwam een keer ter sprake in een interview. Je moet doelen voor de toekomst stellen en kijken wat er verder mogelijk is. België lijkt dan een eerste voor de hand liggende keuze, ter hoogte van Maastricht heb je in België ook een aantal mooie locaties. Maar als we echt naar het buitenland gaan, dan denken we eerder aan een grotere stap. Barcelona bijvoorbeeld.”

De self-checkouts zijn het hart van jullie winkels, sterk bepalend voor de zeer hoge snelheid in de traffic. De retailcollega’s volgen jullie stappen daarin bijna met ingehouden adem. Hoe gaat het daarmee?

“Er zijn veel ondernemers die het een lastige stap vinden, maar in ons verhaal is het een fantastische aanpak, het geeft een bepaalde dynamiek in de winkel, en inderdaad de snelheid. Wij zullen er niet snel meer van afstappen. Spar heeft daarin nieuwe software doorgevoerd, van Centric, waarmee de kassa’s web-based worden. We zien real time wat er gebeurt in de winkels. Daarvoor passen we momenteel in alle winkels de kassagroepen aan.

In Amsterdam hebben we inmiddels ook de koffiecounter geïntegreerd in de kassagroep: de gastheer of gastvrouw van de kassagroep kan nu ook de koffie in de gaten houden, voor het bijvullen van bonen, et cetera.”

Hoever gevorderd is contactloos betalen in jullie winkels, bij jullie doelgroep?

“In 2013 waren we daarmee ook de eerste. Dat mochten we toen nog niet roepen, omdat het project in Leiden­ nog liep. Maar op de Technische Universiteit­ Eindhoven wordt enorm veel ‘geswiped’: even je telefoon er tegen en wegwezen. En ook de betaalpas met het radar-tekentje is inmiddels bij veel consumenten geland. Alle banken zijn daarin meegegaan, en het is ook ideaal, juist voor deze kleine bedragen. Dat gebeurt in onze winkels dan ook heel veel.”

Jullie doelgroep is natuurlijk vooruitstrevend en modern. Hoe zien jullie de reguliere supermarkten? Gaan zij snel genoeg met hun tijd mee?

“Enkele weken terug had ik een Google-bijeenkomst met andere ondernemers, veelal de grote jongens met een behoorlijke staat van dienst. Maar als ik zie hoe zij in het algemeen reageren op de nieuwe ontwikkelingen als online boodschappen doen… Zo veel grote ondernemers die nog steeds denken dat het vanzelf wel overwaait. Jongens, je weet niet half wat er allemaal op je afkomt. Als je 10 procent van je huidige omzet verliest, is dat in ons businessmodel fataal. Het lijkt nu nog niks, maar als het nu al op 2,8 procent zit, en elk jaar verdubbelt het, dan zijn we over twee jaar klaar. Dan merk je dat veel ondernemers vanuit het defensief kijken naar de beren op de weg. Als ik hen vertel wat wij in onze winkels doen, zijn ze onder de indruk, maar wijzen ze gelijk op onze jonge doelgroep. Maar dat is pure onzin. Ook gepensioneerden hebben behoefte aan betere oplossingen, zoals een ‘tafeltje-dekje-service’. De goeie buurtsupermarkten vullen het prima in, brengen een maaltijd bij de mensen thuis en brengen gelijk de boodschappen. Een heel rendabele aanpak, want het gaat om marge die je ineens wél vasthoudt. En Google laat het zien: ook 55-plussers zijn online. Dus kijk naar je doelgroep. Ik moet ook een maaltijd bieden, alleen: bij mij moet het ‘Studentenhap’ heten, en voor ouderen moet je het ‘Tafeltje-dekje’ noemen.”

De Dag van het Vakcentrum 2016 heeft als thema ‘Veerkracht’. Op welke momenten hebben jullie het moeilijker gehad en door veerkracht jezelf verder kunnen helpen?

“Een aantal jaren terug deden we veel verschillende dingen. We hadden 250 man in dienst, bakkerijen, broodwinkels, supermarkten van Super de Boer en PLUS, maar geen duidelijke focus. We deden consultancy, met ons ‘Wakker-schud-bureau’. Het was heel leuk om diverse bedrijven te adviseren over vernieuwing, maar ook wel een beetje te veel politiek. Ondernemen is toch veel leuker.

In 2010 hebben we alles eruit gedaan, al onze oude business overboord gezet. Eerst hebben we het brood afgestoten, later vonden we ook de traditionele supermarkt niet meer zo leuk, omdat we als technisch manager alleen nog maar met prijs bezig waren.“

“Uiteindelijk bleven we met onze eerste winkel over, de Spar in Utrecht, tussen de studenten. Daarmee zijn we opnieuw begonnen. We hebben daarin als bedrijf behoorlijk wat veerkracht getoond, door zo veel bedrijfsonderdelen af te stoten en die nieuwe weg in te slaan. Heel spannend, want zou de universiteit deze nieuwe aanpak wel accepteren? We gooien ons hele bedrijf overboord en starten tegelijk met een geheel vernieuwend concept met zwart, roze en lime-groen. Van 250 naar 30 mensen.”

“In acquisitie hebben we geen tegenslag gekend; de formule is zeer goed aangeslagen. Maar in het downsizen van het bedrijf hebben we heel wat te verwerken gehad. Omdat we ineens naar vijf winkels zijn gegaan heeft de organisatie flink onder druk gestaan. Ook nu we met CampusLife een online wereld creëren komt er weer zo veel op ons af, dat is echt stevig aanpakken. Het vergt veel energie en organiseren. Daarin krijgt het bedrijf wel wat klappen.”

Is het nog wel leuk?

“Jazeker, die dynamiek is fantastisch, het is alleen af en toe echt even knokken­.”

Campuslife

En de weg naar de toekomst?

“Delft staat gepland voor september­ 2017. In Nijmegen zitten we in de acquisitie in de laatste ronde en verder blijven we geïnteresseerd in nieuwe locaties. Vooral onze website Campus­Life en de app erbij krijgen nu de aandacht. Dat is op dit moment het belangrijkste.”

Terug naar alle rapportages