Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD)

De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), ook bekend als de 'anti-wegkijk' wet, is een Europese richtlijn die bedrijven verplicht om transparant te zijn over de impact van hun activiteiten op mensenrechten en het milieu. Hier vindt u essentiële informatie over deze Europese wetgeving die is ontworpen om grote bedrijven verantwoordelijk te houden voor hun impact op mensenrechten en het milieu. Lees verder om te begrijpen wat de CSDDD precies inhoudt, welke verplichtingen bedrijven hebben, welke bedrijven onder deze richtlijn vallen, wanneer deze in werking treedt, wat de gevolgen zijn voor het MKB en hoe de CSDDD zich verhoudt tot de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD).

Update: Omnibus pakket

In februari 2025 heeft de Europese Commissie het zogeheten Omnibus-pakket gepresenteerd. Dit pakket bevat voorstellen om de regels rond onder meer de CSRD en de CSDDD te vereenvoudigen en te beperken. Voor de CSDDD betekent dit dat:

  • de reikwijdte van de richtlijn wordt verkleind (minder bedrijven vallen eronder);
  • sommige verplichtingen worden verduidelijkt of afgezwakt, om de uitvoerbaarheid te verbeteren.

De CSDDD zelf blijft bestaan, maar zal op onderdelen worden aangepast zodra het Omnibus-pakket definitief is vastgesteld. Tot die tijd gelden de bestaande afspraken, rekening houdend met de aangekondigde wijzigingen.

De CSDDD of CS3D-richtlijn (ook wel ‘anti-wegkijk’ wet genoemd) is Europese wetgeving die tot doel heeft om misstanden op het gebied van mensenrechten en milieu in de keten van grote bedrijven te verminderen en te beëindigen of te verhelpen.

De CSDDD verplicht grote bedrijven om in de keten de impact op het milieu en mensenrechten inzichtelijk te maken. Daarnaast moeten bedrijven die onder de reikwijdte van de CSDDD vallen ook een plan opstellen om het bedrijfsmodel in lijn te brengen met het Parijsakkoord de uitstoot van broeikasgassen te beperken.

Due diligence (passende zorgvuldigheid) is een doorlopend proces dat een onderneming gebruikt bij het herkennen van risico's op het gebied van mensenrechten, arbeidsrechten en het milieu. Het doel is deze risico's te stoppen, voorkomen of verminderen, in eigen vestiging(en) en in de hele keten.

Ondernemingen die onder CSDDD vallen, zullen de eigen negatieve impact - en die van dochterondernemingen en partners in de volledige waardeketen - op mensen(rechten) en het klimaat moeten identificeren, beoordelen, voorkomen, beperken, beëindigen of verhelpen.

Enerzijds zal het bedrijf due diligence moeten doorvoeren en anderzijds een klimaatplan opstellen en uitvoeren.

De verordening schrijft onderstaande verplichtingen voor:

  • Integratie van due diligence in het bedrijfsbeleid en risicobeheersystemen.
  • Identificatie en beoordeling van daadwerkelijke of potentiële negatieve effecten in de waardeketen.
  • Voorkomen en verminderen van potentiële nadelige effecten, evenals het beëindigen van daadwerkelijke nadelige effecten en het minimaliseren van de omvang.
  • Monitoring van de effectiviteit van het zorgvuldigheidsbeleid en maatregelen.
  • Openbare communicatie van CSDDD-inspanningen (dit kan bijvoorbeeld via het duurzame verslag wat wordt opgesteld onder de CSRD).
  • Instellen en handhaven van een klachtenprocedure waarbij eventuele inbreuken kunnen worden gemeld.

Update: Omnibus pakket 

Door het Omnibus-pakket wordt de uitvoering van de CSDDD eenvoudiger en beter uitvoerbaar. De zorgvuldigheidseisen (due diligence) richten zich voortaan vooral op de eigen activiteiten van het bedrijf en op directe zakenpartners. Dat betekent dat bedrijven in beginsel niet meer verplicht zijn om hun hele keten diepgaand te onderzoeken, tenzij daar duidelijke risico’s voor mensenrechten of milieu zijn. Daarnaast worden de Europese regels voor civiele aansprakelijkheid geschrapt. Lidstaten houden hierdoor meer ruimte om zelf te bepalen hoe aansprakelijkheid nationaal wordt geregeld.

Ook verandert hoe vaak bedrijven hun due diligence-maatregelen moeten evalueren. In plaats van een vaste jaarlijkse beoordeling, hoeven bedrijven deze periodiek te herzien, met een langere standaardtermijn. Wel blijft gelden dat bedrijven hun maatregelen tussentijds moeten aanpassen als er duidelijke aanwijzingen zijn dat deze niet meer goed werken of niet meer passend zijn.

De CSDDD geldt alleen voor zeer grote bedrijven. De verplichting is van toepassing op bedrijven die in één van de onderstaande categorieën vallen:

  • EU-bedrijven met
    • meer dan 1.000 werknemers, én
    • een netto wereldwijde omzet van minimaal €450 miljoen.
  • Niet-EU-bedrijven met een
    • omzet van minimaal €450 miljoen binnen de Europese Unie.
  • Moederbedrijven van een groep die op basis van geconsolideerde cijfers aan één van bovenstaande criteria voldoen.
  • Bedrijven met een franchise- of licentiemodel die:
    • jaarlijks meer dan €22,5 miljoen aan royalty’s ontvangen, én
    • een netto wereldwijde omzet van meer dan €80 miljoen hebben,
    • waarbij sprake is van een gemeenschappelijke merkidentiteit en bedrijfsformule.

Een onderneming valt onder de CSDDD als zij in twee opeenvolgende boekjaren aan de relevante criteria voldoet. De verplichtingen gelden voor alle activiteiten en producten van het bedrijf, zolang het bedrijf binnen de reikwijdte van de CSDDD valt.

Er wordt op dit moment gewerkt aan de Nederlandse implementatieregeling. Mogelijk komt er een stapsgewijze invoering:

  • 3 jaar na inwerkingtreding voor bedrijven met meer dan 5.000 medewerkers en 1.500 miljoen euro omzet;
  • 4 jaar na inwerkingtreding voor bedrijven met meer dan 3.000 medewerkers en 900 miljoen euro omzet;
  • 5 jaar na inwerkingtreding voor bedrijven met meer dan 1.000 medewerkers en meer dan 450 miljoen euro omzet wereldwijd.

Update: Omnibus pakket

Uit het Omnibuspakket vloeit 1 jaar uitstel van de datum van toepassing voor de eerste grote bedrijven die moeten voldoen aan de CSDDD tot 26 juli 2028 voort. Commissie presenteert de richtlijnen al een jaar eerder, in juli 2026, om bedrijven meer tijd te geven om zich voor te bereiden.

De CSDDD geldt in principe alleen voor zeer grote bedrijven. Mkb-bedrijven vallen niet rechtstreeks onder deze richtlijn. Wel kunnen mkb-bedrijven indirect met de CSDDD te maken krijgen. Dit gebeurt vooral wanneer zij:

  • leverancier zijn van een CSDDD-plichtig bedrijf;
  • onderdeel zijn van een keten met grote internationale ondernemingen;
  • werken binnen een franchise- of licentiemodel.

In die gevallen kunnen grote bedrijven vragen stellen over hoe een mkb-onderneming omgaat met risico’s voor mensenrechten en milieu. Op dit moment wordt gewerkt aan de Nederlandse implementatiewet voor de CSDDD. De precieze nationale invulling is dus nog in ontwikkeling.

Update: Omnibus-pakket

Het Omnibus I-pakket beperkt de impact van de CSDDD op het mkb. Grote bedrijven mogen hun kleinere ketenpartners niet onbeperkt om informatie vragen. Het uitgangspunt is dat informatieverzoeken aan mkb-bedrijven en kleinere middelgrote bedrijven beperkt blijven tot basisinformatie. Daarbij wordt aangesloten bij de vrijwillige duurzaamheidsstandaard voor het mkb (VSME). Dit betekent dat het mkb geen uitgebreide due-diligence-rapportages hoeft aan te leveren, maar alleen eenvoudige en proportionele informatie. Dit sluit aan bij de aanpak die ook geldt onder de CSRD.

De CSRD en de CSDDD hebben verschillende doelen, maar sluiten op elkaar aan.De CSRD gaat over rapporteren: wat laat een bedrijf zien over duurzaamheid? De CSDDD gaat over handelen: wat doet een bedrijf om schade aan mensenrechten en milieu te voorkomen? Samen zorgen zij ervoor dat bedrijven niet alleen rapporteren, maar ook verantwoord handelen.

Verplichtingen onder de CSDDD

Bedrijven die onder de CSDDD vallen, moeten:

  • risico’s voor mensenrechten en milieu in hun eigen activiteiten en keten in kaart brengen;
  • waar nodig negatieve effecten voorkomen, beperken, stoppen of herstellen;
  • volgen of de genomen maatregelen goed werken;

Onder de aangepaste CSDDD is het opstellen en uitvoeren van een klimaattransitieplan geen zelfstandige verplichting meer. Voor bedrijven die ook onder de CSRD vallen, kan een klimaattransitieplan wel relevant blijven in de rapportage, als klimaat een belangrijk onderwerp is voor het bedrijf. Bedrijven die zowel onder de CSRD als de CSDDD vallen, hoeven geen aparte extra rapportages op te stellen voor de CSDDD.

Verplichtingen onder de CSRD

Bedrijven die onder de CSRD vallen, moeten:

  • rapporteren over belangrijke effecten, risico’s en kansen op het gebied van duurzaamheid (ESG);
  • uitleggen hoe het due diligence-proces is ingericht;
  • rapporteren over het klimaattransitieplan;
  • deze informatie opnemen in een apart onderdeel van het bestuursverslag;
  • de duurzaamheidsinformatie laten controleren door een externe partij.