Duurzame verslaggeving / CSRD

De CSRD-richtlijn (Corporate Sustainability Reporting Directive) houdt in dat bedrijven worden verplicht om te rapporteren over hun impact op mens en milieu.

Welke bedrijven vallen onder de CSRD-richtlijn?

Het MKB valt niet onder de CSRD-richtlijn, maar kan wel de effecten merken van de wetgeving. Dit gebeurt als zij zich in de waardeketen bevinden van een rapportageplichtig bedrijf en gevraagd worden om informatie aan te leveren. Daarnaast kan de richtlijn ook van toepassing zijn wanneer u producten of diensten levert aan een van de genoemde bedrijfssoorten. U bent dan zelf niet verplicht om te rapporteren maar kan wel door een rapportage plichtige onderneming gevraagd worden om bepaalde informatie aan te leveren.

Het kan zijn dat uw bedrijf zich in de waardeketen bevindt van een bedrijf dat moet voldoen aan CSRD. In dat geval kan gevraagd worden om informatie over bijvoorbeeld de CO2-uitstoot van de productielocatie. Ook als u niet zelf onder CSRD valt, is het belangrijk dat u de thema’s kent en weet welke voor uw onderneming en waardeketen van toepassing zijn.  Het is dus essentieel dat u hoe dan ook inzicht heeft op impact, risico’s en kansen van uw bedrijf en keten op mens en milieu. U kunt uw ketenpartner ook ontlasten door betrouwbare data over uw eigen onderneming en uw keten aan te leveren.

Er is een vrijwillige MKB-standaard ontwikkeld die bedrijven helpt om te voldoen aan vragen van partners in de keten of bijvoorbeeld financiële instellingen. Deze kunt u hier raadplegen. Heeft u vragen over de CSRD, neem contact met ons op via reactie@vakcentrum.nl.

Update: Omnibus pakket I

Het Europees Parlement heeft op 16 december 2025 ingestemd met de afspraken over het zogeheten Omnibus I-pakket voor de CSRD. De formele afronding door de Raad wordt begin 2026 verwacht. Pas daarna worden de wijzigingen officieel van kracht.

Als het Omnibus I-pakket definitief wordt vastgesteld zoals nu is afgesproken, gaat de CSRD-rapportageplicht alleen nog gelden voor grote ondernemingen die:

  • meer dan 1.000 medewerkers hebben, én
  • een netto-omzet van meer dan €450 miljoen realiseren.

Voor kleinere bedrijven betekent dit dat zij zelf geen CSRD-rapportage hoeven op te stellen.

Value chain cap (bescherming voor mkb)

Een belangrijk onderdeel van het Omnibus I-pakket is de zogeheten value chain cap. Dit is bedoeld om kleinere bedrijven te beschermen tegen extra administratieve lasten.

Concreet houdt dit in dat grote CSRD-plichtige ondernemingen hun leveranciers en afnemers niet onbeperkt mogen belasten met informatieverzoeken. Zij mogen alleen beperkte en proportionele duurzaamheidsinformatie opvragen bij bedrijven die zelf niet onder de CSRD vallen. Deze maatregel is bedoeld om te voorkomen dat CSRD-verplichtingen via een omweg alsnog bij kleinere ondernemingen terechtkomen.

Veel gestelde vragen over CSRD

De CSRD-richtlijn is Europese wetgeving die voort vloeit uit de Europese Green Deal afspraken. Deze afspraken hebben als doel de Europese economie tegen 2050 duurzamer en klimaatneutraal te maken. Het doel van de CSRD is om inzicht te geven in duurzaamheidsinformatie en om ‘greenwashing’ te verminderen.

De CSRD schrijft rapportage standaarden (ESRS) voor waarover bedrijven moeten rapporteren, zodat iedereen dat op dezelfde manier doet. Dit maakt het mogelijk om bedrijven goed met elkaar te vergelijken op het gebied van duurzaamheid binnen Europa.

Bedrijven die onder de CSRD vallen moeten verplicht jaarlijks een duurzaamheidsverslag maken. Dit duurzaamheidsverslag is bedoeld voor een brede groep van belanghebbenden (ook wel stakeholders genoemd) en geïnteresseerden, omdat het inzicht biedt in de duurzaamheidsimpacts, risico’s en -kansen en van de onderneming.

De informatie uit het verslag is enerzijds bedoeld voor financiële belanghebbenden, zoals aandeelhouders, banken, crediteuren en overige financiers. Anderzijds zijn er ook veel belanghebbenden die gericht zijn op de impact die de onderneming heeft op haar omgeving die het verslag kunnen gebruiken om het gesprek aan te gaan. Voorbeelden hiervan zijn werknemers, vakbonden en sociale partners, klanten, omwonenden en maatschappelijke organisaties en ngo's - zoals belangenorganisaties - die gericht zijn op milieu en mensenrechten.

Daarnaast kan het duurzaamheidsverslag ook interessant zijn voor geïnteresseerden zoals zakenpartners, overheden, analisten en academici.

De rapportageplicht geldt in Nederland voor:

  • grote bv’s en nv’s,
  • grote organisaties van openbaar belang (bijv. banken, verzekeraars en beursvennootschappen),
  • middelgrote en kleine beursvennootschappen,
  • bepaalde niet-EU ondernemingen.

De grootte van een onderneming wordt bepaald aan de hand van drie criteria:

  • balanstotaal (activa),
  • netto-omzet, en
  • aantal werknemers.

Om in een bepaalde groottecategorie te vallen, dient een onderneming - in lijn met de vereisten voor de jaarrekening - twee achtereenvolgende boekjaren aan tenminste twee van de drie criteria te voldoen.

 

Type

Activa

Netto-omzet

Aantal werknemers

Micro

< € 450.000

< € 900.000

< 10 personen

Klein

€ 450.000 - € 7,5 mln.

€ 900.000 - € 15 mln.

10 – 50 personen

Middelgroot

€ 7,5 - € 25 mln.

€ 15 - € 50 mln.

50 – 250 personen

Groot

> € 25 mln.

> € 50 mln.

> 250 personen

Middelgrote, kleine (niet beursgenoteerd) en micro ondernemingen vallen niet onder rapportageplicht  van de CSRD. Maar zij krijgen wel indirect te maken met eisen of informatievragen van hun CSRD-plichtige klanten of leveranciers .

Update: Omnibus-pakket (laatste stand)

In het Omnibus I-pakket zijn afspraken gemaakt om de CSRD te beperken en te vereenvoudigen. Als deze wijzigingen definitief worden vastgesteld, geldt het volgende:

  • de CSRD-rapportageplicht gaat alleen nog gelden voor zeer grote ondernemingen met
    • meer dan 1.000 medewerkers, én
    • een netto-omzet van meer dan €450 miljoen;
  • kleinere ondernemingen worden extra beschermd door een value chain cap: grote CSRD-plichtige bedrijven mogen hen slechts beperkt en proportioneel om duurzaamheidsinformatie vragen. Dit betekent dat voor het overgrote deel van het mkb geen directe CSRD-rapportageplicht zal gelden, en dat ook de indirecte lasten via de keten worden beperkt.

De CSRD gaat vanaf 1 januari 2024 gelden voor bedrijven die nu vallen onder de ‘niet financiële rapportage’- richtlijn (NFRD) en vanaf 2025 voor grote bedrijven die daar nu niet onder vallen. Voor beursgenoteerde MKB-bedrijven geldt de CSRD vanaf 1 januari 2026.

Middelgrote en kleine bedrijven vallen voorlopig niet onder de rapportageplicht van de CSRD. MKB bedrijven krijgen wel indirect te maken met eisen of informatievragen van hun CSRD-plichtige klanten of leveranciers.

De MKB ondernemingen kunnen al met ingang van 2024 te maken krijgen met vragen van rapportageplichtige bedrijven vanwege het doorsijpeleffect.

De Nederlandse overheid is te laat met het invoeren van de CSRD. In Nederland gelden de regels daardoor waarschijnlijk pas vanaf medio 2025 of begin 2026. Grote bedrijven starten desalniettemin vaak al met rapporteren op de hierboven genoemde momenten. Als retailer zonder rapportageplicht merkt u daarom mogelijk daarom nu al het doorsijpeleffect. Het is daarom slim om nu al stappen te zetten richting een duurzamere bedrijfsvoering.

Update: Omnibus pakket

Het Omnibus pakket geeft uitstel van de inwerkingtreding van de rapportageverplichtingen: Bedrijven die onder de CSRD vallen, moeten pas vanaf 1 januari 2027 voldoen aan de rapportage-eisen (in plaats van 1 januari 2025).

De CSRD beschrijft het wetgevingsstelsel rondom de rapportageverplichting. Het bepaalt onder andere wie moet rapporteren, hoe vaak gerapporteerd moet worden en over welke onderwerpen. De zogenoemde ESRS zijn de Europese Duurzaamheid Standaarden. Hierin staan de inhoudelijke richtlijnen voor het rapporteren volgens de CSRD verder uitgewerkt.

Er bestaan twee soorten ESRS:

  1. Algemene standaarden - van toepassing op alle bedrijven
  2. Sectorspecifieke standaarden – van toepassing op bedrijven in bepaalde sectoren

Voor de retail komt er een sectorspecifieke ESRS genaamd Sales en Trade (SST). Deze is nu nog niet beschikbaar.

Het belangrijkste effect van de CSRD is dat ook het MKB, ook al hoeven deze ondernemingen zelf niet te rapporteren, vaker en meer duurzaamheidsinformatie zullen moeten verzamelen. MKB-ondernemingen die zich bevinden als afnemer of leverancier in de waardeketen van grote rapportage plichtige bedrijven krijgen daardoor duurzaamheidsvragen “doorgelegd”. Dit wordt ook wel het ‘doorsijpeleffect’ van de CSRD genoemd.

De rapportage plichtige bedrijven gaan namelijk de eigen waardeketen na voor het rapporteren. Daarom is het belangrijk dat MKB-ondernemingen in de waardeketen zorgen dat ze de benodigde informatie kunnen aanleveren. Bijvoorbeeld bij wie zij hun producten inkopen.

Er zijn drie belangrijke ‘groepen’ waarvan zelfstandige retailerondernemers duurzaamheidsvragen kunnen verwachten:

  1. De grote bedrijven die onder de CSRD-rapportageverplichtingen vallen in de waardeketen. Deze bedrijven moeten, om aan hun rapportage verplichtingen te kunnen voldoen, informatie gaan opvragen bij de zelfstandige retailerondernemingen in de waardeketen.
  2. Banken en kredietverstrekkers. Ten tweede zal aan MKB-ondernemingen steeds vaker informatie over duurzaamheidsprestaties worden gevraagd door bedrijven buiten de keten, banken en kredietverstrekkers, zoals bij kredietverlening, een financieringsaanvraag of een offertetraject.
  3. Consumenten. Ook leidt de toenemende hoeveelheid aan regelgeving ten aanzien van verduurzaming tot meer specifieke vragen van consumenten.

Rapportage plichtige bedrijven mogen bij het MKB alleen informatie opvragen tot de LSME-limiet. De LSME is een rapportagestandaard specifiek geschreven voor beursgenoteerde MKB bedrijven. Deze rapportagestandaard geeft de grens aan wat grote bedrijven kunnen uitvragen aan MKB bedrijven. Bedrijven kunnen zo anticiperen op mogelijke vragen van grote of beursgenoteerde bedrijven die wel onder de CSRD vallen.

De LSME is bedoeld voor MKB bedrijven die beurgenoteerd (listed) zijn. Deze standaard stelt nog behoorlijk uitgebreide eisen aan de informatie die moet worden gerapporteerd op het gebied van milieu impact, sociale verantwoordelijkheid, bestuurlijke zaken en andere duurzaamheindsindicatoren.

De VSME is specifiek ontworpen voor micro en MKB (niet beursgenoteerd) bedrijven. Deze standaard is vrijwillig en bovendien minder belastend en eenvoudiger dan de LSME met minder rapportagevereisten. Dit maakt het voor kleine bedrijven haalbaarder om een eigen duurzaamheidsrapport op te stellen op vrijwillige basis.

De LSME is omvangrijker dan de VSME. Helaas zit er nog een behoorlijk groot gat tussen de LSME en de VSME qua omvang. Grote bedrijven mogen MKB bedrijven van alles vragen als ze maar binnen de grenzen van de LSME blijven. Dat betekent in de praktijk dat zelfs als MKB bedrijven vrijwillig rapporteren via de VSME deze bedrijven nog steeds allerlei vragen kunnen krijgen buiten hun eigen rapportage om. Er is nu (nog) geen overzicht van de verschillen tussen beide regelingen zodat je gelijk ziet wat je nog allemaal buiten de VSME om zou kunnen verwachten. Mogelijk dat zoiets nog opgesteld gaat worden als beide standaarden definitief worden. Als een ondernemer nu al precies wil weten waar mogelijk extra vragen over zouden kunnen komen, buiten de VSME om, dan zou deze de concept VSME naast de concept LSME moeten leggen ter vergelijking.

Update: Omnibus pakket

Het Omnibus I-pakket maakt duidelijk dat de VSME-standaard het uitgangspunt wordt voor informatie-uitvragen in de waardeketen. Voor bedrijven en banken die onder de CSRD vallen, betekent dit dat zij bij kleinere bedrijven in hun keten terughoudend moeten zijn met informatieverzoeken. Het is de bedoeling dat zij alleen basisinformatie opvragen en geen uitgebreide of zware duurzaamheidsgegevens verlangen. Deze lijn is bedoeld om te voorkomen dat kleinere bedrijven alsnog worden geconfronteerd met complexe rapportageverplichtingen via hun klanten of financiers. Dit principe staat bekend als de value chain cap.

De CSRD leidt voor alle grote ondernemingen in Nederland tot ingrijpende veranderingen. Duurzaamheid zal moeten worden geïntegreerd in alle aspecten van de bedrijfsvoering, zoals governance (ondernemingsbestuur), strategie, risicomanagement, de interne controle-omgeving en de interne en externe verslaggeving. Grote ondernemingen zullen hiervoor ook bij hun leveranciers en klanten ESG-gegevens opvragen omdat dit verplicht is onder CSRD. Ondanks het feit dat het MKB is vrijgesteld van het opstellen van een ESG-rapport volgens CSRD, kan een MKB ondernemer wel degelijk gevraagd worden om gegevens aan te leveren aan leveranciers, banken of verzekeraars.

ESG verwijst naar de drie thema’s binnen de CSRD. De E staat voor environmental (milieu), de S staat voor social (arbeidsomstandigheden) en de G staat voor governance (bestuur). Naast de financiële prestaties van een onderneming worden de prestaties en risico’s op het gebied van milieu, sociale verantwoordelijkheid en de wijze waarop een onderneming wordt aangestuurd steeds belangrijker voor investeerders, regelgevers en ander belanghebbenden.

Om voorbereid te zijn op vragen van leveranciers (of bank of verzekeraar) kan het om verschillende redenen verstandig zijn een eigen duurzaamheidsrapportage op te stellen volgens de vrijwillige CSRD-standaard voor het MKB. De officiële naam is een hele mond vol: Voluntary Small and Medium-sized Enterprises European Sustainability Reporting Standard (afgekort tot VSME ESRS). Een duurzaamheidsverslag kan bovendien gebruikt worden om je als onderneming te onderscheiden.

Het Vakcentrum is momenteel een template aan het maken, dat helpt bij het opstellen van een duurzaamheidsrapport volgens de vrijwillige standaard VSME ESRS.

Een materialiteitsanalyse – ook wel "essentialiteitsanalyse" genoemd - is een onmisbare methode voor een onderneming om de belangrijke issues en belanghebbende partijen (stakeholders) met hun eisen en verwachtingen in beeld te brengen. Een dergelijke analyse maakt onderdeel uit van de duurzaamheidsrapportage. Een materialiteitsanalyse wordt ook wel een DMA genoemd.

Het doel van de materialiteitsanalyse is om alle belangrijke aspecten op te sporen die de onderneming zouden kunnen beïnvloeden en tegelijkertijd van bijzonder belang zijn voor de buiten wereld.

Update: Omnibus pakket

Het Omnibus I-pakket verandert niet het principe van de materialiteitsanalyse. Bedrijven die onder de CSRD blijven vallen, moeten nog steeds een (dubbele) materialiteitsanalyse uitvoeren.

Wel geldt dat:

  • bedrijven alleen hoeven te rapporteren over onderwerpen die uit de materialiteitsanalyse als relevant naar voren komen;
  • het aantal verplichte datapunten in de ESRS wordt verminderd, waardoor de analyse minder uitgebreid en minder belastend wordt;
  • onnodige detailvragen worden geschrapt, zodat bedrijven minder tijd en kosten kwijt zijn aan het proces.

Alle voor een onderneming belangrijke (materiele) onderwerpen moeten worden opgenomen in de duurzaamheidsrapportage. Onderwerpen kunnen belangrijk zijn omdat ze financiële gevolgen hebben voor een onderneming of omdat ze een grote impact hebben, of beide tegelijk.

Dubbele materialiteit houdt in dat bedrijven over zowel zakelijke als financiële risico’s voor mens en milieu evalueren. Een onderneming wordt bekeken vanuit twee invalshoeken:

  • Impact op de onderneming (financiële materialiteit), en
  • Impact van de onderneming (impact materialiteit).

Deze twee invalshoeken noemen we samen de ‘dubbele materialiteit’.

Het Omnibus I-pakket zorgt ervoor dat de CSRD-regels eenvoudiger en minder belastend worden. De belangrijkste wijzigingen zijn:

Minder verplichte gegevens (datapunten)

De Europese Commissie mag geen aparte rapportageregels per sector meer maken. Bedrijven krijgen dus geen extra sectorspecifieke eisen.

Daarnaast wordt het aantal verplichte vragen en gegevens in de ESRS verder verminderd. Hierdoor wordt de rapportage korter en overzichtelijker.

Alleen beperkte controle door de accountant

Bedrijven hoeven hun CSRD-rapportage niet te laten controleren met een zware (redelijke) assurance. De controle blijft beperkt tot een lichte controle (beperkte assurance). Dit betekent dat bedrijven geen extra of hogere accountantskosten hoeven te verwachten door strengere controles.