EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive IV)

De Energy Performance of Buildings Directive (EPBD IV) is een belangrijke richtlijn van de Europese Unie die gericht is op het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen. Deze richtlijn maakt deel uit van de bredere Europese strategie om de klimaatdoelen te behalen en de CO2-uitstoot te verlagen. Met de EPBD IV wil de EU de gebouwde omgeving verduurzamen door eisen te stellen aan zowel nieuwe als bestaande gebouwen, en door energieprestaties van gebouwen te verbeteren.

De richtlijn heeft verstrekkende gevolgen voor eigenaren, verhuurders en andere betrokkenen in de vastgoedsector. Bedrijven moeten zich voorbereiden op de veranderingen die de EPBD IV met zich meebrengt, zoals het verbeteren van de energieprestaties van gebouwen en het voldoen aan strikte renovatie- en energie-efficiëntie-eisen.

In dit overzicht beantwoorden we de meest gestelde vragen over de EPBD IV, met als doel duidelijkheid te verschaffen over de verplichtingen, termijnen en de verwachte impact van de richtlijn. Of je nu een gebouw eigenaar of verhuurder bent, deze vragen en antwoorden helpen je om inzicht te krijgen in de nieuwe wetgeving en hoe je je hierop kunt voorbereiden.

De EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive) is een Europese richtlijn die gebouwen energiezuiniger moet maken. Voor bestaande utiliteitsgebouwen, waaronder winkels, geldt dat de lidstaten de slechtst presterende gebouwen stapsgewijs moeten verbeteren.

Nederland werkt momenteel aan de nationale uitwerking van deze verplichtingen. Welke eisen uiteindelijk voor individuele winkelpanden gaan gelden, is daarom nog niet definitief vastgesteld.

Voor veel winkels met een laag energielabel (bijvoorbeeld E, F of G) is het wel verstandig om er rekening mee te houden dat in de komende jaren aanvullende verduurzamingsmaatregelen nodig kunnen zijn.

De herziene EPBD IV is op 29 mei 2026 in werking getreden. Nederland moet de richtlijn nu omzetten in nationale wet- en regelgeving.

De exacte Nederlandse regels voor bestaande winkelpanden worden de komende jaren uitgewerkt.

Dat hangt af van de uiteindelijke Nederlandse uitwerking.

De Europese richtlijn verplicht Nederland om de energieprestatie van de slechtst presterende utiliteitsgebouwen te verbeteren. Welke gebouwen precies onder de verplichting vallen en welke minimumeisen gaan gelden, wordt nog nationaal vastgesteld.

Heeft uw winkel momenteel een laag energielabel (bijvoorbeeld E, F of G), dan is het verstandig om alvast te onderzoeken welke energiebesparende maatregelen in de toekomst mogelijk nodig zijn, zoals betere isolatie, LED-verlichting of efficiëntere installaties.

Voor erkende monumenten gelden vaak uitzonderingen of aangepaste eisen, zodat de monumentale waarde behouden blijft.

Bij nieuwbouw en ingrijpende renovaties gelden vanuit de EPBD IV en andere regelgeving steeds hogere eisen aan de energieprestatie van gebouwen.

Denk daarbij onder meer aan:

  • goede isolatie van dak, gevel en vloer;
  • energiezuinige installaties;
  • LED-verlichting;
  • voorbereiding op of toepassing van zonnepanelen waar dat technisch en economisch haalbaar is;
  • voorzieningen voor elektrisch laden, waar de regelgeving dat voorschrijft;
  • slimme gebouwinstallaties en energiemanagement bij grotere gebouwen;
  • voldoende fietsparkeervoorzieningen waar daarvoor eisen gelden.

Voor nieuwbouw worden de energie-eisen de komende jaren verder aangescherpt richting emissievrije gebouwen (Zero Emission Buildings).

Bij grote renovaties kunnen aanvullende verplichtingen gelden. Welke eisen precies van toepassing zijn, hangt af van de omvang van de verbouwing en de uiteindelijke Nederlandse regelgeving.

De precieze gevolgen zijn nog afhankelijk van de Nederlandse implementatie van de richtlijn.

Wel is duidelijk dat gebouwen die onvoldoende energiezuinig zijn, in de toekomst mogelijk met aanvullende verplichtingen of beperkingen te maken krijgen. Daarnaast kunnen slecht presterende gebouwen minder aantrekkelijk worden voor huurders, kopers en financiers.

Zodra de Nederlandse regelgeving definitief is vastgesteld, wordt ook duidelijk hoe toezicht en handhaving zullen plaatsvinden.

Als verhuurder bent u verantwoordelijk voor het energielabel van het gebouw. De Nederlandse uitwerking van de EPBD IV kan daarom gevolgen hebben voor eigenaren van winkelpanden.

Wie investeert in verduurzamingsmaatregelen, is afhankelijk van de huurovereenkomst en de omstandigheden van het geval. Controleer daarom tijdig welke afspraken hierover zijn gemaakt.

De EPBD IV (Energy Performance of Buildings Directive) is een Europese richtlijn die gebouwen energiezuiniger moet maken. Voor bestaande utiliteitsgebouwen, waaronder winkels, geldt dat de lidstaten de slechtst presterende gebouwen stapsgewijs moeten verbeteren. Uiterlijk in 2030 moet de energieprestatie van utiliteitsgebouwen beter zijn dan die van de 16% slechtst presterende gebouwen uit 2020. Vanaf 2033 geldt dit voor de 26% slechtst presterende gebouwen. Nederland werkt deze eisen momenteel uit.

RVO communiceert momenteel dat ondernemers er rekening mee moeten houden dat een bedrijfspand vanaf 2030 minimaal energielabel D moet hebben. Daarbij is wel van belang dat dit een vereenvoudigde weergave is van de voorgenomen Nederlandse uitwerking. De Europese richtlijn zelf schrijft geen algemeen minimum energielabel voor alle utiliteitsgebouwen voor, maar verplicht lidstaten om de slechtst presterende gebouwen te verbeteren. De definitieve Nederlandse regelgeving moet nog worden vastgesteld.

Voor veel winkels met een laag energielabel (bijvoorbeeld E, F of G) is het daarom verstandig om tijdig te onderzoeken welke verduurzamingsmaatregelen in de komende jaren nodig kunnen zijn.