Right to Repair: voorlopig slechts voor een beperkt aantal producten

05-08-2026

De Europese Unie wil dat producten langer meegaan en minder snel worden weggegooid. Daarom is de Right to Repair-richtlijn vastgesteld. De naam klinkt alsof alle winkeliers met nieuwe verplichtingen te maken krijgen, maar dat is vooralsnog niet het geval.

De nieuwe reparatieplicht geldt namelijk alleen voor een beperkte groep producten waarvoor de Europese Unie al regels heeft vastgesteld over repareerbaarheid. Bovendien rusten de belangrijkste verplichtingen niet op de winkelier, maar op de fabrikant.

Alleen voor een beperkt aantal producten

De reparatieplicht geldt voorlopig uitsluitend voor een aantal productgroepen, waaronder:

  • wasmachines en was-droogcombinaties;
  • vaatwassers;
  • koelkasten en vriezers;
  • televisies en andere beeldschermen;
  • stofzuigers;
  • wasdrogers;
  • smartphones;
  • tablets;
  • draadloze telefoons;
  • servers en dataopslagproducten;
  • lasapparatuur;
  • batterijen voor lichte vervoermiddelen, zoals e-bikes en e-scooters.

Voor veel non-foodbranches van het Vakcentrum en vrijwel alle foodbranches verandert hierdoor op dit moment weinig. De Europese Commissie kan deze lijst in de toekomst wel uitbreiden wanneer voor nieuwe productgroepen repareerbaarheidseisen worden vastgesteld.

Fabrikanten krijgen de nieuwe verplichtingen

De lidstaten moesten de richtlijn uiterlijk 31 juli 2026 hebben omgezet in nationale wetgeving. Vanaf dat moment gelden de nieuwe regels.

De belangrijkste verplichtingen komen bij fabrikanten te liggen. Zij moeten producten die onder de richtlijn vallen ook na afloop van de wettelijke garantie kunnen repareren. Daarnaast moeten zij reserveonderdelen en noodzakelijk gereedschap beschikbaar stellen tegen een redelijke prijs en mogen zij reparatie niet onnodig belemmeren, bijvoorbeeld door software of contractuele beperkingen.

De reparatieplicht begint op het moment dat de consument het product koopt. Dat betekent niet dat reparaties vanaf dat moment kosteloos zijn. Tijdens de wettelijke garantie gelden de bestaande garantieregels. Daarna kan de consument de fabrikant aanspreken op de reparatieplicht, voor zover het product onder de richtlijn valt.

Hoe lang die reparatieplicht duurt, verschilt per product. Dat hangt af van de periode waarin reserveonderdelen beschikbaar moeten blijven. Voor veel producten zal dat tussen de vijf en tien jaar zijn.

De wettelijke garantie blijft bestaan

De nieuwe richtlijn verandert niets aan de bestaande regels over de wettelijke garantie. Wel is het goed om te weten dat Nederland hierin afwijkt van veel andere Europese landen.

Waar vaak wordt gesproken over een wettelijke garantie van twee jaar, kent Nederland geen vaste wettelijke garantietermijn. In Nederland geldt het conformiteitsbeginsel: een consument mag verwachten dat een product gedurende een redelijke periode naar behoren functioneert. Hoe lang die periode is, hangt af van onder meer het soort product, de prijs en wat de consument daarvan redelijkerwijs mocht verwachten.

Dat betekent dat een koelkast, televisie of wasmachine in de praktijk vaak langer onder de wettelijke garantie kan vallen dan twee jaar.

Reparatie of vervanging?

Binnen de wettelijke garantie behoudt de consument de keuze tussen reparatie en vervanging wanneer een product niet aan de overeenkomst voldoet.

Nieuw is dat de wettelijke garantie met twaalf maanden wordt verlengd wanneer de consument tijdens de garantieperiode voor reparatie kiest. Daarmee wil de Europese wetgever reparatie aantrekkelijker maken.

Wanneer krijgt een winkelier wel verplichtingen?

Voor de meeste winkeliers blijft de impact beperkt. De reparatieplicht rust in beginsel op de fabrikant. Is de fabrikant buiten de Europese Unie gevestigd, dan ligt de verantwoordelijkheid normaal gesproken bij de importeur of gemachtigde binnen de EU.

Alleen in uitzonderlijke situaties kan een winkelier zelf verantwoordelijk worden. Bijvoorbeeld wanneer:

de ondernemer producten rechtstreeks importeert uit een land buiten de Europese Unie en daardoor zelf als importeur geldt; of
er geen fabrikant, gemachtigde of importeur meer binnen de Europese Unie aanwezig is, bijvoorbeeld door een faillissement.

Voor de reguliere detailhandel zal dit naar verwachting slechts incidenteel voorkomen.

Europees reparatieplatform

De Europese Commissie ontwikkelt daarnaast een Europees online reparatieplatform. Via dit platform kunnen consumenten eenvoudig reparateurs vinden. Ook aanbieders van refurbished producten, opkopers van defecte producten en lokale repair-initiatieven kunnen zich hier presenteren. Daarmee wil de Commissie reparatie toegankelijker en aantrekkelijker maken.

Conclusie

Hoewel de naam Right to Repair anders doet vermoeden, verandert er voor de meeste zelfstandige winkeliers op dit moment weinig. De nieuwe reparatieplicht geldt voorlopig slechts voor een beperkte groep producten en de verplichtingen liggen in beginsel bij de fabrikant.

Alleen ondernemers die producten zelf van buiten de Europese Unie importeren of onder een eigen merk op de markt brengen, kunnen met aanvullende verantwoordelijkheden te maken krijgen. Voor de meeste Vakcentrum-leden is de belangrijkste boodschap daarom juist dat zij zich voorlopig geen zorgen hoeven te maken over ingrijpende nieuwe verplichtingen.