Franchise in Europa

Europees parlement steunt franchisenemer

Geen gedwongen winkelnering, vijftien dagen bedenktijd voordat contracten getekend worden, redelijke concurrentiebedingen en goede afspraken met betrekking tot internetverkopen. Dat zijn enkele belangrijke elementen uit het rapport over franchising dat in september 2017 door het Europees Parlement werd aangenomen.

Het Europees Parlement benadrukt in het rapport ‘De werking van de franchising in de detailhandel’ dat de franchisenemer vaak de zwakkere partij is "omdat de franchiseformule in de regel is ontwikkeld door de franchisegever, de franchisenemer veelal in een financieel zwakkere positie verkeert en vaak minder goed geïnformeerd is dan de franchisegever en dus afhankelijk is van diens expertise.".

Nederlands initiatief

Het rapport is tot stand gekomen op initiatief van de Nederlandse Europarlementariër Dennis de Jong (SP). Hij pakte het onderwerp franchising al in 2013 op. Dit leidde tot een groot onderzoek uitgevoerd door de universiteit van Osnabrück, dat besproken is in aanwezigheid van het Vakcentrum in juli 2016. Dennis de Jong beloofde toen een voorstel voor de verbetering van de positie van franchisenemers. Dat heeft geleid tot het rapport dat door de voltallige vergadering van het EP op dinsdag 12 september is aangenomen. Het Vakcentrum is ook bij de totstandkoming van dat document betrokken geweest.

Evenwichtige rechten en plichten in precontractuele fase

Het EP wijst met name op "de noodzaak te zorgen voor evenwichtige contractuele rechten en plichten van de partijen, zoals duidelijke, correcte en volledige precontractuele informatie, ook over het presteren van de franchiseformule, zowel in algemene zin als toegespitst op de beoogde locatie van de franchisenemer, duidelijke grenzen aan de vertrouwelijkheidseisen, welke informatie voldoende lang vóór de ondertekening van de overeenkomst schriftelijk beschikbaar moet zijn, en waar dit passend is, invoering van een afkoelingsperiode na de ondertekening van de overeenkomst." Het EP wijst er tevens op dat "de franchisegever de franchisenemer, zo nodig, gedurende de looptijd van de overeenkomst commerciële en technische bijstand moet blijven verlenen."

Problemen niet nieuw

In het rapport wordt aangegeven dat de problemen in franchising niet nieuw zijn. In een resolutie van december 2013 werd de kracht van franchising als bedrijfsmodel door het volledige EP reeds onderschreven. Toen al attendeerde het EP de Commissie en de lidstaten op problemen waarop franchisenemers stuiten wanneer zij hun bedrijf willen verkopen of de formule willen veranderen maar wel in dezelfde sector werkzaam blijven. De Commissie werd opgedragen het prijsbindingsverbod in franchisesystemen te onderzoeken alsook het effect van langlopende concurrentiebedingen, aankoopopties en multifranchisingverboden.

Bijzondere aandacht voor internet verkopen

Het EP stelt nu ook vast dat de onlineverkoop aanleiding geeft tot problemen, aangezien deze verkoop van toenemend belang is voor franchising, maar niet is geregeld in traditionele franchiseovereenkomsten. "Bij de totstandbrenging van de digitale binnenmarkt moet specifiek worden gelet op eventueel optredende spanningen tussen franchisegevers en franchisenemers in verband met de internetverkopen, bijvoorbeeld met betrekking tot de exclusieve rechten van de franchisenemer voor een bepaald geografisch gebied en het toenemende belang van consumentengegevens voor het succes van franchisebedrijfsmodellen, met name omdat deze punten momenteel in franchiseovereenkomsten niet worden geregeld, met mogelijk onnodige onzekerheid en conflicten tot gevolg", zo stelt de resolutie.

Voordelen van franchising

Het EP zet zich in voor franchisenemers omdat het de voordelen van franchising duidelijk erkent. Franchising kan volgens het EP leiden tot nieuwe werkgelegenheid, de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen en ondernemerschap en de verwerving van nieuwe capaciteiten en vaardigheden.

Concrete maatregelen

Het EP verzoekt de Europese Commissie onder meer:

• Een niet limitatieve lijst van oneerlijke contractuele bedingen en praktijken op te stellen;
• Per lidstaat een contactpunt in te richten waar misstanden vertrouwelijk gemeld kunnen worden;
• Eurostat (het Europese CBS red.) opdracht te geven in statistische informatie expliciet aandacht te schenken aan franchising;
• Lidstaten te vragen om initiatieven tot het oprichten van goede franchisenemersvertegenwoordigingen te ondersteunen;
• Richtsnoeren op te stellen waarin de best practices zijn verwerkt en deze uiterlijk in januari 2018 aan het Parlement voor te leggen.
• Te onderzoeken of de Verordening 330/210 doeltreffend is voor o.a. de precontractuele bescherming;
• Na te gaan hoe de nationale mededingingsautoriteiten de toepassing van deze verordening kunnen verbeteren.